Contemporanea
Jaargang XXXIX Jaar 2017 Nummer 2

Recensies

Pascal Delwit (ed.), Du parti libéral au MR. 170 ans de libéralisme en Belgique. Bruxelles, Editions de l’Université de Bruxelles, 2017.

Peter Laroy, Liberaal Archief

De 170ste verjaardag van de liberale partij in België gaf aanleiding tot het verschijnen van een aantal interessante publicaties. Aan Nederlandstalige kant publiceerde Patrick Stouthuysen (VUB) het boek Vrijheid voorop. Een kennismaking met het liberalisme (Gent, 2016). Dat boek is een herwerking en aanvulling van een eerder gepubliceerde tekst. Aan Franstalige zijde verscheen Du parti libéral au MR. 170 ans de libéralisme en Belgique (Bruxelles, 2017).

Redacteur Pascal Delwit (ULB) kon voor deze uitgave beroep doen op diverse collega’s van de ULB, vooral ook van het Centre d’étude de la vie politique (CEVIPOL). Delwit is als politicoloog een veelgevraagd analist van evoluties in het Belgische partijlandschap en verkiezingsuitslagen. De publicatie is derhalve wetenschappelijk sterk onderbouwd en brengt duidelijke en heldere analyses. Het opzet van dit boek is misschien wel eerder politicologisch dan wel historisch van aard te noemen. De meeste bijdragen behandelen de hedendaagse periode, er is materiaal gebruikt van een paar recente enquêtes en vooral de geschiedenis van het Franstalige politieke liberalisme en in het bijzonder de MR staat centraal. Dat laatste wordt overigens onderstreept door het (overigens niet oninteressante) slotessay dat MR-voorzitter Olivier Chastel voor dit boek heeft geleverd. De bundel blijft wel een heel nuttig naslagwerk voor wie de geschiedenis van het liberalisme in België en in het bijzonder de geschiedenis van de liberale partij in België wil bestuderen.

Pascal Delwit opent zelf het boek met een breed historisch overzicht. Hij start zijn verhaal in de decennia voor het eerste liberale congres in 1846, behandelt dan in vogelvlucht de periode tot de oprichting van de PLP-PVV (1961), staat even stil bij deze belangrijke jaren, legt dan de klemtoon vooral op de evoluties langs Franstalige kant om zo te komen tot de oprichting van de MR (2002). De ontwikkelingen van de voorbije jaren krijgen proportioneel gezien heel veel aandacht maar het is zeker een interessant overzicht (misschien ook en vooral voor Nederlandstaligen).

Voor het tweede deel van het boek tekent Emilie Van Haute samen met Vivien Sierens en Emilien Paulis. Het betreft een politicologische en sociologische analyse van de structuur van de partij. De klemtoon ligt vooral op de periode na 1960. Heel interessant is de beschrijving van de interne dynamiek van de partij, waarbij de auteurs aandacht hebben voor de diverse facties, stromingen en persoonlijkheden binnen de recente geschiedenis van de PLP/MR. Het profiel van de kaderleden levert weinig verrassingen op: hoger opgeleide mannen van gemiddelde leeftijd die deel uitmaken van de actieve beroepsbevolking. Pas de laatste jaren komen ook vrouwen meer op de voorgrond, met dank aan de maatregelen die de overheid op dat vlak heeft opgelegd, zo concluderen de auteurs.

En waar staat de MR dan eigenlijk ideologisch voor als partij? Jean-Benoit Pilet en Régis Dandoy proberen daar een antwoord op te geven. De aandacht gaat vooral naar het heden, de banden met het verleden worden kort vermeld. Conclusie is dat de MR op socio-economisch vlak een partij is aan de rechterzijde, die staat voor de vrije markt en voor het privé-initiatief. Levensbeschouwelijk gezien is een evolutie vast te stellen waarbij na 1961 het antiklerikalisme is verlaten, maar waar na de millenniumwissel duidelijk een bezorgdheid is ten opzichte van nieuw opkomende godsdiensten (zoals de islam). Wat communautaire standpunten betreft is er bij de MR een evolutie waar te nemen vertrekkend van het unitarisme van de Liberale Partij naar wisselende standpunten ten opzichte van de nieuwe Belgische staatsstructuur. Tot slot valt het de auteurs ook op dat er een verbreding is van thema’s die de MR claimt (zoals veiligheid en migratie). Conclusie van dit interessante verhaal is dat de Franstalige liberalen flexibel zijn in hun programma, maar tegelijkertijd dit combineren met standvastigheid in het discours, vooral op socio-economisch vlak. Deze ideologische lijnen worden door Nicolas De Decker overigens verder uitgewerkt in een hoofdstuk over de waarden die de partij belichaamt (pro burgerlijke, economische en culturele vrijheid). Het stuk is gebaseerd op een enquête uit december 2015 bij de MR-parlementairen.

Zo komt de lezer terecht bij het voor historici misschien wel meest interessante deel van dit boek: de liberale partij en de verkiezingen. Pascal Delwit heeft er gelukkig voor gekozen om terug te gaan tot de oprichtingsjaren en ook het Nederlandstalige landsgedeelte (tot op niveau van de provincies) mee te nemen. Dankzij het gebruik van heel wat cijfermateriaal (opgenomen in tabellen) volgen mooie overzichten waaruit krachtlijnen worden gedistilleerd. Stevige resultaten in de 19de eeuw in Brussel en de Waalse industriële bekkens, een dieptepunt op het einde van de 19de eeuw, resultaten die variëren tussen de 11 en 18% in de periode 1900-1961, wisselende resultaten na de verruimingsoperatie en de splitsing en uiteindelijk een vrij stevige en stabiele situatie aan Franstalige kant maar variërende resultaten voor de liberalen aan de Nederlandstalige kant. Het is allemaal netjes en overzichtelijk opgelijst.

Het kiezerskorps wordt verder geanalyseerd in een geografische benadering door Christian Vandermotten en Pablo Medina Lockhart. Het in kaart brengen van verkiezingsmateriaal maakt heel aanschouwelijk waar de liberale partijen in hun verschillende gedaantes in het verleden sterk stonden of staan (jammer dat in het boek de kaarten niet in kleur konden worden afgedrukt). Tot slot beschrijft Caroline Close het profiel van de kiezers van de Franstalige liberalen op basis van een enquête uit 2014 (Making Electoral Democracy Works, MEDW, onderzoek dat peilt naar het stemgedrag bij verkiezingen Kamer van Volksvertegenwoordigers). Zij ziet de MR-kiezers vooral als middenklassers uit stedelijke omgevingen waarbij geloofsovertuiging geen rol speelt. Het electoraat is op socio-economisch vlak rechts te noemen en is verdeeld progressief-conservatief op cultureel vlak. Deze bevindingen zijn volgens de auteur niet echt nieuw. Er is reeds decennia een zekere stabiliteit (ook eerder in het boek vermeld, cf. supra) en er is een duidelijk samenvallen van de overtuigingen van de kiezers en het partijprogramma. Recente evoluties zijn de vervrouwelijking maar ook de veroudering van het kiezerskorps en de verschillen tussen Brussel en Wallonië (waarbij het belang van FDF (DéFI) niet mag worden onderschat).

Voor het onderzoek naar de geschiedenis van het liberalisme in het Franstalige landsgedeelte is dit werk vanaf nu onmisbaar. Ook voor de Nederlandstaligen bevat het boek interessante inzichten. Blijft de vaststelling dat het nog steeds wachten is op een nieuwe uitgebreide historische synthese van de geschiedenis van het partijpolitiek liberalisme in Vlaanderen en bij uitbreiding in België.

- Peter Laroy