S.O.S. Antwerpen: Het Antwerpse doodsoorzakenregister als bron voor onderzoek naar historische sterfteverschillen (1820–1946)

-Tom Hacha (UGent) en Joeri Aerts (UAntwerpen)

Sinds april 2025 is een publieke versie raadpleegbaar van de databank van het burgerwetenschapsproject S.O.S. Antwerpen (Sociale Ongelijkheid in Sterfte) via de website van het Antwerpse Felixarchief. Deze unieke databank bevat, naast biografische gegevens (zoals naam, geslacht, burgerlijke staat, beroep, leeftijd, geboorteplaats, geboortedatum, woonplaats, sterfteplaats en – datum), de doodsoorzaken van meer dan 480.000 personen die tussen 1820 en 1946 overleden zijn op het grondgebied van de stad Antwerpen. Het S.O.S. Antwerpen project (2020-2023) kwam tot stand op initiatief van het Queteletcentrum van de Universiteit Gent in samenwerking met het Centrum voor Stadsgeschiedenis (CSG) van de Universiteit Antwerpen, Histories vzw en het Felixarchief, gefinancierd door de Vlaamse Overheid. Om dit huzarenwerk te vervolledigen registreerden in totaal 868 citizen science vrijwilligers zich om de gegevens uit het Antwerpse doodsoorzakenregister en de overeenkomstige overlijdensakten te transcriberen en in te voeren. Dit harde werk resulteerde in een publieksdatabank die kansen biedt voor wie meer wil weten over sterfte en gezondheid in het verleden, alsook gericht genealogisch onderzoek wil verrichten.

.

Naast deze publieksdatabank leverde het gelijknamige vervolgonderzoeksproject, gefinancierd door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) (2024-2027), ook een uitgebreidere wetenschappelijke databank op. Daarin werd aanvullende informatie uit de overlijdensakten (1820-1946) en geboorteakten (1820-1923) gelinkt aan de gegevens uit het register en werden variabelen als beroep (HISCO/HISLASS) en doodsoorzaak (ICD10h) gestandaardiseerd om vergelijking met internationaal onderzoek mogelijk te maken. Deze databank bevat een schat aan demografische, medische en sociale informatie die tot voor kort voor onderzoekers grotendeels ontoegankelijk was. De totstandkoming van deze databank vormt een belangrijke stimulans voor het onderzoek in België naar historische ziekte- en sterftepatronen en de evolutie van medische kennis.

De historische wortels van sociale ongelijkheid in sterfte

Na de succesvolle transcriptie van het doodsoorzakenregister ging, onder begeleiding van professor Isabelle Devos (UGent) en professor Hilde Greefs (Universiteit Antwerpen), in 2024 het gelijknamige onderzoeksproject van start. Dit project heeft als hoofddoel het onderzoeken van de oorsprong en evolutie van sociale en ruimtelijke verschillen in sterfte in Antwerpen sinds 1820. Net als in andere westerse landen, verdubbelde de levensverwachting bij de geboorte in België van 40,3 jaar in 1841 tot 82,3 jaar in 2024. Deze stijging ging gepaard met een sterke verandering in het doodsoorzakenpatroon, wat de ‘epidemiologische transitie’ wordt genoemd. Geleidelijk veranderde het sterftepatroon van een dominantie van infectie- en epidemische ziekten (zoals cholera, pokken, enzovoort) naar chronische, degeneratieve ziekten (zoals kankers, dementie, enzovoort). Verschillende recente onderzoeken zowel in het binnen- als buitenland tonen echter dat niet elke groep even sterk en even snel profiteerde van deze veranderingen, met grote sociale, ruimtelijke en genderverschillen tot gevolg. Zo bedraagt de kloof in levensverwachting bij geboorte in België tussen mannen en vrouwen in 2024 4,1 jaar. Voor socio-economische status tonen de meest recente cijfers (2020) nog grotere verschillen. Daar bedraagt de kloof tussen de 25 procent hoogste en laagste klassen zelfs 9,3 jaar bij mannen en 6,3 jaar bij vrouwen.

Over de historische wortels en oorzaken van deze ongelijkheid in westerse landen bestaat onder wetenschappersen consensus. Eerder onderzoek naar de negentiende en twintigste eeuw leverde tegenstrijdige resultaten op, die uiteenlopende hypothesen ondersteunen. Zo wijzen sommige studies op een toename of afname van sociale verschillen in sterfte, terwijl andere nauwelijks ongelijkheid vaststellen of deze als relatief constant beschouwen. Bovendien is het onduidelijk welke sociale groepen het eerst en het sterkst profiteerden van de epidemiologische transitie. Een belangrijke verklaring hiervoor ligt in het gebruikte bronnenmateriaal. Deze studies maken hoofdzakelijk gebruik van algemene sterftedata of van geaggregeerde doodsoorzakencijfers. Die verhullen echter belangrijke sociale verschillen tussen specifieke doodsoorzaken, waardoor de onderliggende mechanismen achter de ongelijkheid onduidelijk blijven. Bovendien bemoeilijken de talrijke wijzigingen in leeftijdsindelingen en ziekteclassificaties binnen deze doodsoorzakenstatistieken vergelijkingen doorheen de tijd en tussen landen.

De bronnen: individuele doodsoorzakenregisters

Tot voor kort leunde het historisch-demografisch onderzoek in België hoofdzakelijk op geaggregeerde data uit de Mouvement de la Population (1841-1976), een langlopende (gedigitaliseerde) reeks van bevolkingsstatistieken die onder andere gegevens bevat over het aantal geboortes, overlijdens, tweelingen en huwelijken per gemeente. Sinds de invoering van de doodsoorzakenregistratie in 1851 werd hieraan ook de informatie over doodsoorzaken toegevoegd. Elke gemeente moest daarvoor jaarlijks een overzicht opstellen van alle doodsoorzaken die voorkwamen op haar grondgebied. Om die reden noteerden ze in speciale doodsoorzakenregisters voor elke overledene onder meer naam, beroep, geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, overlijdensdatum en doodsoorzaak, evenals de plaats van overlijden (hospice, hospitaal of thuis) en het al dan niet toedienen van medische zorgen (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1: Foto van een register uit 1891. Bron: Stad Antwerpen, Registers van overlijdens met vermelding van de doodsoorzaak, 1891, MA#76125.

In het veld van de historische demografie tekent zich de laatste jaren een trend af waarin historici en demografen steeds meer steunen op zulke individuele doodsoorzakendata in de hoop een duidelijker beeld te krijgen van de historische wortels van de huidige ongelijkheid. Voor veel plaatsen zijn zulke gegevens echter schaars, onvolledig of onbestaand, voor de negentiende eeuw in het bijzonder. Tegelijk vraagt dit van onderzoekers een aanzienlijke inspanning om de grote hoeveelheden data te digitaliseren, te transcriberen en om te vormen tot een wetenschappelijke databank, iets wat vaak pas tot de mogelijkheid behoort sinds de recente data- en AI-revolutie. Dankzij de hulp van vele vrijwilligers onder de leiding van een wetenschappelijk team is dit voor de Antwerpse doodsoorzakenregisters mogelijk gemaakt.

Lange tijd werd aangenomen dat de individuele registers omwille van wettelijk voorgeschreven privacyregels vernietigd zijn. De voorbije jaren stoten onderzoekers in verschillende lokale archieven echter op bewaarde registers, zij het in beperkte aantallen en vaak slechts fragmentarisch bewaard. Het Antwerpse register vormt daarop een uitzondering in België. Zo startte de Antwerpse burgerlijke stand al in 1820 met het bijhouden van de doodsoorzaken op haar grondgebied, decennia voor de invoering van een algemene registratie. Bovendien werd het register onafgebroken bijgehouden tot 1946, wat het niet alleen het oudste, maar ook het langst bewaarde register in zijn soort in België maakt. Tot slot spreekt ook de hoeveelheid data tot de verbeelding. Waar in de meeste gemeenten jaarlijks slechts enkele tientallen overlijdens werden geregistreerd, ging het in de stad Antwerpen om enkele duizenden. In totaal omvat het register een indrukwekkende 480.000 personen die in de stad stierven gespreid over 127 jaar, aangevuld met ongeveer 4.000 personen die elders overleden maar nadien in het register werden bijgeschreven Dankzij het burgerwetenschappenproject, het harde werk van vele vrijwilligers, kon deze unieke data op relatief korte tijd gedigitaliseerd en getranscribeerd worden. Bovendien werden  bijkomende bronnen, zoals de overlijdens- en geboorteakten, verwerkt en gelinkt aan de data uit de registers. Het resultaat is een omvangrijke, online raadpleegbare, publieksdatabank én een onderzoeksdatabank die unieke kansen bieden voor historisch en genealogisch onderzoek.

De mogelijkheden van de S.O.S. Antwerpen Databank

Dankzij het koppelen van de informatie uit de doodsoorzakenregisters aan de overeenkomstige overlijdensakten, en voor kinderen ook aan hun geboorteakten, kan het aantal variabelen (gegevensvelden) per persoon in de databank oplopen tot een 30-tal, wat resulteert in een indrukwekkende twaalf miljoen datavelden. Naast de eerder vermelde variabelen, gaat het ook om informatie over de geboorteplaats en woonplaats van de overledene, de naam van de instelling waarin de persoon stierf, doodgeboortes, of het om een oorlogsslachtoffer ging, de naam van de dokter of vroedvrouw die de overlijdensoorzaak vaststelde, de naam van de begrafenisondernemer, en de begraafplaats, wat de identificatie van Joodse inwoners van de stad in bepaalde perioden mogelijk maakt. Bovendien zijn de gegevens voor de belangrijkste persoonlijke variabelen nagenoeg volledig (zie afbeelding 2), wat het mogelijk maakt om verschillende ziekten over een lange periode afzonderlijk te analyseren en te bestuderen hoe sterftekansen verschilden naar geslacht, sociaal-economische status, religie, leeftijd en herkomstplaats. Welke ziekten tonen bijvoorbeeld de sterkste en zwakste sociale verschillen? Welke groepen werden het eerst en meest getroffen door bepaalde doodsoorzaken en hoe evolueerde dat doorheen de tijd?

Afbeelding 2 : Sleutelvariabelen van de S.O.S. Antwerpen-databank. Bron: Quetelet Center Universiteit Gent, S.O.S. Antwerpen Database.

De veelzijdigheid van de databank biedt ook unieke kansen om deze te koppelen aan andere (historische) databanken, wat de onderzoeksmogelijkheden aanzienlijk vergroot. Zo wordt de databank in het kader van het onderzoeksproject gekoppeld aan de GIStorical Antwerp infrastructuur van het Centrum voor Stadsgeschiedenis van de Universiteit Antwerpen om de sterftepatronen ruimtelijk in kaart te brengen. Het GIStorical Antwerp-project creëerde meerdere historische GIS-lagen van de stad tijdens de periode 1584-1985 op straat- en huisniveau, waaraan informatie werd toegevoegd, zoals sociale indicatoren (belastinggegevens en beroepen). Dankzij de toevoeging van adresgegevens uit de overlijdensakten aan de S.O.S.-databank kunnen de sterfgevallen gelinkt worden aan GIStorical Antwerp, wat het mogelijk maakt om sterftepatronen te reconstrueren op wijk-, straat- en huisniveau. Op die manier kan onderzocht worden hoe de ruimtelijke organisatie van de stad (bijvoorbeeld watervoorziening, haveninfrastructuur en industrie) de sterfte en doodsoorzaken beïnvloedde, en welke impact sterftecrisissen hadden op het stedelijk beleid, bijvoorbeeld via saneringsprojecten zoals de aanleg van rioleringen. Waren er belangrijke verschillen in het sterfte- en doodsoorzakenpatroon tussen bepaalde wijken of straten of zelfs op huisniveau? Waar was de sterfte het hoogst, en hoe evolueerden die ruimtelijke verschillen en doodsoorzaken doorheen de tijd?

Afbeelding 3: Screenshot van de webviewer van GIStorical Antwerpen, raadpleegbaar via: https://www.uantwerpen.be/en/projects/gistorical-antwerp/webviewer/ (geraadpleegd op 9 februari 2026).

Met de databank van S.O.S. Antwerpen krijgt het historisch demografisch onderzoek in België een sterke stimulans met een interdisciplinaire en internationale dimensie. In België wordt de databank op dit moment gebruikt door onderzoekers van het S.O.S. Antwerpen project, maar ook door onderzoekers van INEQKILL (How inequality kills – Two centuries of social and spatial disparities in all-cause and cause-specific mortality in Belgium (1800-2025)), die onderzoek doen naar de sociale ongelijkheid in specifieke doodsoorzakengroepen zoals kanker en cardiovasculaire aandoeningen tussen 1800 en 2025 in België, en die van EPIBEL (EPidemics and Inequalities in BELgium from the Plague to Covid-19) die onder meer de choleraepidemie (1866) en de Spaanse Griep (1918-19) bestuderen. Ook maken verschillende onderzoekers van S.O.S. Antwerpen en INEQKILL deel uit van het internationale SHiP netwerk en het EU-Cost Action Network Great Leap waarin de onderzoeksresultaten over de sociale ongelijkheid in sterfte in Antwerpen vergeleken worden met die van gelijkaardige projecten in andere Europese landen, regio’s en havensteden.

 

Zelf aan de slag?

Wie graag zelf de (publieks)databank verkent, kan daarvoor terecht op de website van het Antwerpse Felixarchief, na het aanmaken van een account. Via de zoekbalk kan apart gezocht worden op de meeste variabelen uit het doodsoorzakenregister (zoals naam, voornaam, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats en doodsoorzaak) waarna alle gevonden resultaten weergeven worden. Op die manier is het niet alleen mogelijk om individuele personen op te zoeken, maar ook groepen mensen. Denk bijvoorbeeld aan alle in Duitsland geboren individuen, alle personen die overleden zijn in het Sint-Elisabethgasthuis of die gestorven zijn aan cholera. Via een druk op de knop “Digitaal bekijken” kan de overeenkomstige digitale scan van het oorspronkelijke register bekeken en gedownload worden. Tot slot vergemakkelijkt de online databank het opzoekwerk naar de overlijdensakten, aangezien het aktenummer in het doodsoorzakenregister en dat op de overlijdensakte hetzelfde zijn.

Afbeelding 4 : Screenshot van de detailtoegang tot de databank via de website van het Felixarchief (geraadpleegd op 9 februari 2026).

Voor meer informatie over het Burgerwetenschapsproject kan iedereen terecht op de website https://sosantwerpen.be/. Daar zijn ook alle eerder verschenen nieuwsbrieven raadpleegbaar, met extra duiding over eigenaardigheden uit het register en specifieke doodsoorzaken. Meer informatie over de wetenschappelijke databank is te vinden op https://www.queteletcenter.ugent.be/databanken/sosantwerpen/.

-Tom Hacha (UGent) en Joeri Aerts (UAntwerpen)

Rejoignez-nous

Envie de participer à la création de la revue Contemporanea?
Consultez les liens ci-dessous