Van Ginderachter, Maarten, Arm Vlaanderen. Een wereldgeschiedenis. Honger, ziekte en globalisering in het midden van de 19e eeuw (Horizon, 2025).
Met ‘Arm Vlaanderen’ schept historicus Maarten Van Ginderachter niet alleen een helder beeld van hoe Vlaanderen zich in het midden van de negentiende eeuw verhield tegenover de rest van de wereld, hij maakte er ook een bijzonder meeslepend verhaal van dat een zeer goede kans maakt om veel en breed gelezen te worden.
Maarten Van Ginderachter positioneert zich in de rij van historici die economische tendensen bestudeert om er de sociale gevolgen van te bestuderen. Zijn boek presenteert zich daarbij paradoxaal genoeg als een wereldgeschiedenis van Arm Vlaanderen. Wat dat precies betekent, maakt de auteur van bij het begin duidelijk.
Het moet destijds een schok zijn geweest. Het land waar het rond 1780 nog heel goed toeven was, was rond 1845 onherkenbaar veranderd in een sociaaleconomisch kerkhof. De perfecte storm van een demografische explosie, een plotse schaalverkleining in de primaire sector, een imploderende textielindustrie, mislukte graan- en vooral aardappeloogsten en diverse uitbraken van cholera en tyfus maakten van Vlaanderen op korte termijn een van de armste regio’s van Europa. Miserie troef!
De beeldvorming die zich later vormde rond deze betreurenswaardige episode van de vaderlandse geschiedenis, maakt het boek van Van Ginderachter ook relevant voor de cultuurhistoricus. Was het niet uitgerekend de roman van Reimond Stijns en Isidoor Teirlinck uit 1884 met als titel ‘Arm Vlaanderen’ die ingaat op deze episode en die onwillekeurig leidde tot de titelkeuze van Maarten Van Ginderachter?
Zo iconisch werd deze roman en zo traumatiserend was de armoede dat ‘Arm Vlaanderen’ zich als concept wist in te slijpen in het Vlaamse collectieve geheugen. De plattelandscrisis van de jaren 1840 beroerde in de twintigste eeuw nog steeds de gemoederen en wekte de indruk dat Vlamingen altijd al arme drommels waren geweest die nauwelijks het zout op hun patatten verdienden. In het midden van de negentiende eeuw kende Vlaanderen een armoede zoals nooit voordien, maar wat het boek zo’n opsteker maakt, is de manier waarop de auteur de oorzaken en de gevolgen van die armoede plaatst in een internationale context om vervolgens te wijzen op de vele mondiale connecties die tussen Vlaanderen en de rest van de wereld konden worden gemaakt.
Zo kan een historisch geïnformeerde geest zich afvragen waarom de Vlamingen niet massaal emigreerden naar Canada of de Verenigde Staten, zoals de Ieren deden. Op verhelderende wijze weet de auteur precies te verklaren waarom de Ierse situatie zoveel anders was dan de Vlaamse. Sterke solidariteitswetten, proactieve overheden en interveniërende kapitaalkrachtige elites maakten dat Vlamingen in tegenstelling tot de Ieren niet massaal migreerden of omkwamen van de honger. Vlamingen overleefden en bleven ter plekke, zij het dan wel arm en verzwakt.
Anders gezegd: Vlaanderen was in het midden van de negentiende weliswaar arm, maar niet achterlijk. De ellende in de lichtjes vervallen hofstedes van ruraal Vlaanderen was geen geïsoleerd en op zichzelf staand tranendal, maar juist een zeer modern en zelfs kosmopoliet gegeven. Arm Vlaanderen was geen post-middeleeuws boerendorp, maar een plaats waar een gemondialiseerd economisch systeem op alle mogelijke wijzen binnenkwam. En juist dat weet Maarten Van Ginderachter op voortreffelijke wijze te illustreren.
‘Arm Vlaanderen’ is een uiterst meeslepend en knap verteld verhaal dat vanuit het hele kleine het hele grote verklaart. Talrijk zijn de kleine verhalen waarmee de auteur ons de bij momenten onverbiddelijke werkingen van de wereldgeschiedenis wil aantonen. Los van de anekdote helpen deze kleine verhalen om de vaak complexe mechanismen die er aanleiding toe gaven op een zeer concrete manier aanschouwelijk te maken. We vernemen hoe het Antwerpse stadsbestuur in het midden van de negentiende eeuw de stadskas vulde door een verkoop van de rechten op het leeghalen van beerputten, hetgeen ons leidt tot een inzicht over het structurele mestdeficiet waar Vlaanderen in die periode mee kampte. We volgen de lotgevallen van Charles Desmedt die rond 1844 naar Milwaukee emigreerde en we worden getrakteerd op het heroïsche avontuur van twee Vlaamse vlasboeren die in 1839 naar Calcutta trokken om er een vlasteelt op zijn Vlaams uit de grond te stampen, evenwel zonder veel succes. Zelfs worden we getrakteerd op het smakelijke verhaal van de Luikse foorkramer Fritz Krieger die de in Montmartre zo populair geworden frieten in de jaren 1840 Belgisch maakte. Deze manier van schrijven maakt de cijfers, statistieken, modellen en concepten van een sociaaleconomische historicus meer tastbaar een meer verteerbaar, in het bijzonder voor een breder publiek.
De auteur staat het ook toe zichzelf te laten kennen in de loop van dit boek. De mate waarin hij daarin succesvol is, valt te bediscuteren, vooral wanneer hij voorbeelden kiest die toch te veel aan zijn generatie gebonden zijn om zeer zinvol te zijn voor zij die er niet toe behoren. Wie het nog meegemaakt heeft dat hij naar het toilet moest gaan in een buitenhuis, wie zich Jo De Meyere herinnert in ‘Hard labeur’ en wie zich de Wereldgeschiedenissen in boekvorm herinnert, moet wel ergens halverwege de vijftig zijn. Wie jonger is, zal het zich niet herinneren. Hierdoor lukt het de lezer die een generatie jonger is moeilijker om een zekere verbondenheid met de auteur te voelen, hoewel dergelijke ingrepen daar wel op gericht moeten zijn geweest.
Maar wie de moeite neemt om daar kritiek op te hebben, moet tegelijk toegeven dat hij geen relevantere zaken vond om zich over te beklagen. ‘Arm Vlaanderen’ is een goed verteld verhaal dat zeer complexe materie op een aantrekkelijke wijze toegankelijk maakt. Maarten Van Ginderachter is hoe dan ook een uitstekend verteller, waarachter ook een uitstekend vakman van de geschiedschrijving schuilt.
Rejoignez-nous
Consultez les liens ci-dessous