Contemporanea
Tome XXXVIII Année 2019 Numéro 2

Histoire en ligne

De blogpagina op de website belgiumwwii.be

Bart Willems, Rijksarchief

“We want you!” Met deze wervende slagzin lanceerden Chantal Kesteloot en Nico Wouters, beiden verbonden aan het CegeSoma - Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij, een oproep om te participeren aan de blogpagina van de website www.belgiumwwii.be.1 Dit gebeurde op 5 september 2018, één jaar nadat die website onder grote belangstelling boven het doopvont werd gehouden. Omdat de Tweede Wereldoorlog een actueel thema blijft en geregeld aanleiding geeft tot debat, willen de initiatiefnemers langs die weg een beroep doen op kennis en expertise uit het onderzoeksveld met als doel die kennis te delen met de ‘buitenwereld’. Door deze term te gebruiken, refereren Kesteloot en Wouters enerzijds aan de relatieve beslotenheid van de academische studeerkamers waar heel wat historisch onderzoek wordt verricht, maar anderzijds ook aan de moeizame doorsijpeling van actuele inzichten naar een breder publiek.2 Daarenboven zijn de kennis en inzichten over de Tweede Wereldoorlog in een land met drie taalstelsels zeer versnipperd. Door een platform te creëren voor korte teksten wordt een maximale zichtbaarheid en valorisatie nagestreefd. Want, zo luidt het: ‘Als historici willen we allemaal dat een groot publiek kennis neemt van de vruchten van ons onderzoek en van onze reflectie’ ‘De vraag is evenwel of dit medium volstaat om de debatten levendig te houden en om de actuele inzichten over de Tweede Wereldoorlog ingang te doen vinden bij een ruim(er) publiek.

Overzichtspagina van de verschillende gepubliceerde blogs op https://www.belgiumwwii.be/nl/blog.html

Een blog is een plek op het internet waar regelmatig artikelen worden geplaatst. Op die manier kunnen de bezoekers van de webpagina www.belgiumwwii.be regelmatig nieuws te weten komen met betrekking tot de studie van de Tweede Wereldoorlog. De volgorde van de blogartikelen is omgekeerd chronologisch, waardoor het meest recente artikel bovenaan op de homepage wordt gepresenteerd. De blogpagina vult de website aan, het is een kanaal dat de geïnteresseerde websitebezoeker informeert en eventueel inspireert. Er worden op de blog bijdragen gepubliceerd die betrekking hebben op ‘de Tweede Wereldoorlog, zijn voorgeschiedenis, erfenis en herinnering’. Wie ‘iets’ wil schrijven over een boek, een tentoonstelling, een film, een onderzoeksproject, een nationaal of internationaal debat is vrij een bijdrage in te dienen via een mail aan belgiumwwii@arch.be. De bijdragen mogen puur informatief zijn of een meer kritische invalshoek hebben.

Sinds de start van de blog werden negentien bijdragen gepubliceerd. De auteurs zijn voornamelijk historici, archivarissen of museummedewerkers. Collaboratie en verzet zijn de meest besproken thema’s, al dan niet in combinatie met de herinneringspraktijken. Wellicht heeft de nakende herdenkingsgolf van 75 jaar Bevrijding (september 2019) en het einde van WOII (mei 2020) een invloed op de onderwerpskeuze. Dat is alleszins duidelijk in de bijdrage van Nico Wouters: ‘De herdenkingen aan WOII: meer geschiedenis, minder herinnering’.3 Hierin stelt hij vast ‘dat de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog meer en meer wordt vervangen door holle herdenkingen en een politieke herinneringsplicht’. Het is een pleidooi voor meer wetenschappelijk historisch onderzoek dat een noodzakelijke voorwaarde moet zijn om kritisch om te kunnen gaan met dat oorlogsverleden. Essentieel lijkt de vraag dat we in eerste instantie als democratische samenleving moeten weten wat we over de Tweede Wereldoorlog in herinnering willen brengen en vooral hoe we dat willen doen. De herinnering enkel en alleen overlaten aan commerciële entertainmentbedrijven zal, zoals Wouters terecht vreest, alleen maar tot een verschraling en simplificering van de kennis over de Tweede Wereldoorlog leiden. Dat gevaar schuilt zeker om de hoek omdat we op een kantelmoment zijn gekomen waarbij de generaties die het zelf hebben meegemaakt langzaam verdwijnen. Vlak na de oorlog was nochtans de idee om de oorlogsgruwel van de jaren 1940-1945 nooit meer te vergeten heel sterk aanwezig. In de gemeente Wilsele werden in 1947 om die reden straten vernoemd naar tien verzetsstrijders die waren omgekomen in nazi-kampen. In de bijdrage ‘De tweede dood van een verzetsstrijder’ van Marnix Beyen4, is te lezen dat de ruimtelijke markeringen (straatnaamborden) die destijds door de gemeente als herinneringsmonumenten werden aangebracht niet automatisch hebben geleid tot een ‘eeuwigdurende’ herinnering aan de lokale verzetshelden. Ook het collectieve geheugen is duidelijk aan slijtage onderhevig. Met andere woorden: kennis over dat verleden en de herinneringspraktijken gaan hand in hand.5

Een groter publieksbereik werd door sommige auteurs nagestreefd door het blogartikel ook in een dagblad te publiceren. Het inspelen op actuele debatten werkt hier wellicht versterkend. De bijdrage van Koen Aerts ‘Kinderen van het kalifaat of kinderen van de rechtstaat?’, was daartoe een eerste aanzet. Of hoe een hedendaags maatschappelijk probleem als het repatriëren van minderjarige kinderen van Belgische IS-vrouwen kan geduid worden door middel van de vaderlandse collaboratiegeschiedenis. De discussie die er in de media ontstond over het feit dat Duitsland nog steeds ‘oorlogspensioenen’ uitbetaalt aan personen die destijds meegestreden hebben aan de zijde van de Duitsers was voor Dirk Luyten aanleiding om dit politiek-maatschappelijk debat vanuit wetenschappelijk oogpunt te belichten. Alleszins gaat het om zeer kleine aantallen en zijn het geen ‘ouderdomspensioenen’, maar eerder invaliditeitsuitkeringen. De kern van Luytens betoog is dat er nood is aan meer wetenschappelijk onderzoek, omdat nu nauwelijks iets geweten is over de reikwijdte en de betekenis van het fenomeen. Het debat kan dus pas ten gronde worden gevoerd en de problematiek gecontextualiseerd indien er met kennis van zaken kan worden gesproken. Dat is nu niet het geval. Maar de kranten stonden er wel (even) vol van.6

De blog van Bart Willems, ‘Collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog: feit of fictie?’ over de moeizame doorsijpeling van actuele inzichten naar een breder publiek. URL: https://www.belgiumwwii.be/nl/blog/collaboratie-tijdens-de-tweede-wereldoorlog-feit-of-fictie.html

Als de artikelen op de blog een weerspiegeling zijn van de Belgische historiografie over de Tweede Wereldoorlog, dan is de relatieve afwezigheid van de collaboratie als thematiek ten Zuiden de taalgrens een opvallende vaststelling. Het is dan ook positief dat auteurs wijzen op onderwerpen, boeken of debatten van over de (taal)grens. In haar bijdrage ‘Vu de Flandre. La Seconde Guerre mondiale, un débat en héritage’ laat Chantal Kesteloot de (Franstalige) lezer kennismaken met enkele recente publicaties uit het problematische oorlogsverleden zoals de jodenvervolging in Antwerpen en het ‘taboe’ dat nog hangt rond de collaboratie in Vlaanderen. 7 Vooral nazaten van collaborateurs blijken op zoek naar antwoorden over een getroebleerd familiaal oorlogsverleden. Kesteloot wijst er op dat: ‘Tous ces ouvrages ont en commun d’aborder un passé difficile, encombrant. Il traduit une volonté d’y faire face, sans nostalgie ni faux fuyants. Près de 15.000 Wallons ont été condamnés pour collaboration, soit environ 0,5 % de la population. Eux aussi avaient des enfants’. Het is een pleidooi om ook in Franstalig België op een genuanceerde en volwassen manier met het collaboratieverleden om te gaan. Ook hier - en dat is blijkbaar een constante in de blogs - is meer fundamenteel historisch onderzoek gewenst.

Zaak is natuurlijk dat het wetenschappelijk onderzoek zijn weg vindt naar de lezer en ook makkelijk bereikbaar is. Het is een oud zeer. Academici piekeren zich suf over de vraag hoe hun genuanceerde studies over vaak complexe onderwerpen beter aan een gro(o)t(er) publiek verkocht te krijgen. Verschillende auteurs, waar onder Nico Wouters, Bruno De Wever en Bart Willems, wijzen er in hun blog op dat die (academische) kennis vaak wel beschikbaar is, maar onvoldoende gekend is buiten de eigen kring van vakgenoten. Wouters verwijst naar een discussie in Nederland in 2018 waar de Nederlandse Spoorwegen (NS) een schadevergoeding uitbetalen aan de slachtoffers en nabestaanden van de Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de NS werden gedeporteerd. En wat met de Belgische spoorwegen, vroegen Belgische journalisten zich plots af? Er was volgens hen over dit thema voor ons land geen onderzoek beschikbaar. Wouters spreekt dit tegen en voegt eraan toe: ‘Wetenschappelijk onderzoek en publiek debat: het blijft een moeilijk huwelijk in België’.8 Krijgt de historicus zijn zaken niet verkocht of heeft ‘het journaille’ gebrekkige heuristische vaardigheden? Ik laat de vraag in het midden. Feit is dat het niet doorsijpelen van dat historisch onderzoek in sommige gevallen leidt tot het herkauwen van mythes over het oorlogsverleden.9

Daarmee kom ik, tot slot, bij de bedenking in welke mate de blogs ook daadwerkelijk worden gelezen? Cijfergegevens zijn daar vooralsnog niet over voorhanden, maar de website blijkt sinds september 2018 maandelijks gemiddeld door circa 7200 bezoekers geraadpleegd te worden. De aankondigingen van de blogartikelen op de facebookpagina van het CegeSoma werd minstens door 1.000 personen gezien, de best gelezen aankondiging van een nieuw blogartikel haalde 2.500 views. De vrees dat de geschoolde historici andermaal voor eigen parochie preken, lijkt me geen goed uitgangspunt. Wellicht is er nog groeimarge. De meeste auteurs zijn dan ook vooralsnog the usual suspects. Ik hoop alleszins dat ik ongelijk heb, omdat de website www.belgiumwwii.be inmiddels hét digitale referentiepunt is geworden voor kennisdeling over de Tweede Wereldoorlog in België.

- Bart Willems

Webreferenties

  1. www.belgiumwwii.be: https://www.belgiumwwii.be/nl/
  2. bijdrage: https://www.belgiumwwii.be/nl/blog/vu-de-flandre-la-seconde-guerre-mondiale-un-debat-en-heritage.html
  3. www.belgiumwwii.be: https://www.belgiumwwii.be/nl/

Références

  1. Een recensie van deze website is te lezen op: https://www.contemporanea.be/fr/node/299.
  2. Over deze thematiek gaat o.a. de blog van Bart Willems, ‘Collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog: feit of fictie?’ op de blog. URL: https://www.belgiumwwii.be/nl/blog/collaboratie-tijdens-de-tweede-wereldoorlog-feit-of-fictie.html
  3. Lees de blog via deze URL: https://www.belgiumwwii.be/nl/blog/de-herdenkingen-aan-wo-ii-meer-geschiedenis-minder-herinnering.html
  4. Lees de blog via deze URL: https://www.belgiumwwii.be/nl/blog/de-tweede-dood-van-een-verzetsstrijder.html
  5. Een gelijkaardige thematiek over ruimtelijke markeringen en herinnering is te lezen in de bijdrage van Chantal Kesteloot, ‘Mémoire et toponymie bruxelloise. Des grand thèmes qui entrent par la petite porte…’. Hier te lezen: https://www.belgiumwwii.be/nl/blog/memoire-et-toponymie-bruxelloise-des-grands-themes-qui-entrent-par-la-petite-porte.html
  6. ‘Duitse overheid: 18 mensen in België krijgen Duits oorlogspensioen, geen oud-SS’ers’, De Morgen, 21 februari 2019; ‘Achttien mensen in België krijgen Duits oorlogspensioen, geen SS’ers’, De Standaard, 21 februari 2019; ‘Geen voormalige SS’ers bij Belgische nazi’s die nog altijd Duits oorlogspensioen krijgen’, Het Laatste Nieuws, 21 februari 2019.
  7. Jeroen Olyslaegers Jeroen, Wil, De Bezige Bij, Amsterdam; 2016; Koen Aerts, Kinderen van de repressie. Hoe Vlaanderen worstelt met de bestraffing van de collaboratie, Polis, Kalmthout, 2018; Kristien Hemmerechts, Het verdriet van Vlaanderen. Op pad met Hein en Toon, tweeling van de collaboratie, De Geus, Amsterdam, 2019; Herman Van Goethem, 1942. Het jaar van de stilte, Polis/Cossee, Kalmthout-Amsterdam, 2019.
  8. Nico Wouters, ‘De NMBS en de Jodendeportaties.’ De blog is hier te lezen: https://www.belgiumwwii.be/nl/blog/de-nmbs-en-de-jodendeportaties.html
  9. Lees: Bart Willems, op. cit. en Bruno De Wever, ‘Nieuwe boeken en visies op België tijdens de Tweede Wereldoorlog.’ De blog is hier te lezen: https://www.belgiumwwii.be/nl/blog/de-nmbs-en-de-jodendeportaties.html