Contemporanea
Tome XLII Année 2020 Numéro 2

Review

Over grenzen: een historiografie van Belgische immigratie en politiegeschiedenis (1880-1914)

Maïté Van Vyve, UGent

Hoewel migratie een fenomeen van alle tijden is, zorgden de revoluties in de ontwikkeling van transport- en communicatienetwerken tijdens de negentiende eeuw voor een boost. In de loop van de tweede helft van deze eeuw groeide emigratie uit tot een massafenomeen en vooral tijdens de jaren 1890 bereikte de mobiliteit van personen een voorlopig hoogtepunt.1 Binnen deze eeuw van verhoogde bewegingsvrijheid was België een aanlokkelijke bestemming. Door de nabijheid van Frankrijk en Groot-Brittannië, de bloeiende Belgische economie en industrie, de relatief lage kost in levensonderhoud, de Franse voertaal in de ambtenarij en de gewaarborgde persvrijheid, groeide het kleine koninkrijk uit tot een zelfverklaarde terre d’accueil.2 Hoewel België vooral een emigratieland was, kwamen zowel arbeiders en ambachtsmannen als politieke vluchtelingen vanuit heel Europa naar de Belgische steden op zoek naar opportuniteiten en bescherming. In een poging om deze migranten te controleren en de openbare orde te bewaren, werd de Sûreté Publique opgericht die via zijn samenwerking met de stedelijke autoriteiten, politiediensten en gendarmerie vat probeerde te krijgen op deze migratiestromen.

De voorbije jaren werden er verschillende studies uitgebracht over de internationale migranten die naar België kwamen. Vooral immigranten uit de buurlanden en Polen zijn goed vertegenwoordigd in de Belgische historiografie.3 Onderzoek naar migratie van verdachte en/of criminele personen en politiecontrole blijft echter een onderbelicht thema binnen migratie- en politiegeschiedenis. Door de levensloop en het netwerk van verdachte Russische migranten en de (re)acties van de politie tegenover hun aanwezigheid en mobiliteit tijdens het laatste kwart van de negentiende eeuw te bestuderen, probeert dit doctoraatsonderzoek meer licht te werpen op de interacties tussen politiecontrole en mobiliteit. Over de Russische immigratie naar België is er bovendien nog maar weinig bekend. Het bestaand onderzoek over migranten uit het tsarenrijk richt zich voornamelijk op prominente figuren uit de hogere klasse, eerder dan op de migratie zelf. 4 Toch konden ook zij dankzij de verbeterde transportnetwerken sneller en goedkoper naar het westen trekken. Terwijl het aantal Russische migranten dat naar de Belgische steden trok vanaf 1880 jaarlijks beperkt bleef tot enkele honderdtallen, nam deze instroom sterk toe vanaf de jaren 1900, met meer dan duizend Russen per jaar. Op die manier vormt deze groep migranten een casus bij uitstek om de internationale lange-afstandsmigratie naar België te bestuderen. Deze bijdrage dient twee doelen. Enerzijds biedt ze een overzicht van verschillende tendensen in de literatuur over immigratie en het politietoezicht op buitenlandse nieuwkomers in België aan het eind van de negentiende eeuw. Anderzijds toont ze aan hoe mijn doctoraatsonderzoek zich verhoudt ten opzichte van de bestaande literatuur en welke meerwaarde het kan hebben voor de Belgische immigratie- en politiegeschiedenis.

Russisch joodse migranten in Canada (The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection, The New York Public Library. “Russian Jews.” The New York Public Library Digital Collections. 1860-1920).

Hoewel onderzoekers het erover eens zijn dat de vrije migratie tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw hoogtij vierde, blijven de gevoerde studies over migratiegolven eerder “standvastig”.5 Binnen de literatuur ligt de focus vooral op de blijvers, eerder dan op zij die terug vertrokken. Terwijl verschillende recente studies nochtans aantonen dat steden gedurende deze periode geconfronteerd werden met een enorm verloop van mensen,6 en zo het belang van transmigratie benadrukten, volgt het meeste historisch onderzoek de migranten die het koninkrijk weer verlieten niet verder op. Op die manier dreigen historici migraties voor te stellen als een directe en eindige beweging naar één land, eerder dan als een onderdeel van een heel migratietraject. Het is pas sinds de voorbije jaren dat er naast de vestiging en het verblijf, meer aandacht is besteed aan de trajecten van migranten en andere mobiele groepen.7 Onderzoek dat migranten na hun vertrek uit België verder opvolgt is evenwel onbestaande.

Eén van de hoofdredenen waarom historici de tweede helft van de negentiende eeuw als een tijdperk van mobiliteit beschouwen, is dat de internationale afschaffing van paspoortreguleringen en grenscontroles ogenschijnlijk een klimaat van onbelemmerde bewegingsvrijheid creëerde op het Europees vasteland. Bovendien classificeerden sommige onderzoekers de eerste helft van de negentiende eeuw als een periode van een wreed vreemdelingenbeleid, terwijl ze in de tweede helft een eerder liberale houding van de staat tegenover de vreemdelingen ontwaren met een minimale migratiecontrole.8 De focus bleef hierdoor voornamelijk op de migratiegolven en de nationale wetten en maatregelen, terwijl het lokale en vooral stedelijk niveau grotendeels buiten beschouwing werd gelaten.9

De voorbije decennia werd de idee van een liberaal migratiebeleid vanaf de jaren 1860 echter steeds meer ondergraven: hoewel de implementatie van het beleid niet steeds succesvol was, groeide de greep van de natiestaat op de migratiewetgeving en de definities van burgerschap aanzienlijk vanaf de jaren 1880. Zo moesten buitenlanders steeds in staat zijn om zich te identificeren en waren ze verplicht zich te registreren bij aankomst, ondanks de afschaffing van de paspoortplicht.10 Daarnaast blijkt ook uit de enorme stijging in aantal uitwijzingen vanaf de jaren 1880 tot 1914 dat de Belgische overheid geen vrije internationale migratie doorheen zijn grondgebied toeliet.11

Voorbeeld van een gemeentelijk inlichtingenblad uit een individueel vreemdelingendossier. Wanneer een vreemdeling voor het eerst aankwam in een Belgische gemeente, maakten de lokale autoriteiten een formulier op met informatie over de migrant zijn persoonlijke gegevens, familie en verblijfsduur (Algemeen Rijksarchief, Ministerie van Justitie. Bestuur Openbare Veiligheid. Dienst Vreemdelingenpolitie. Individuele dossiers geopend tussen 1835 en 1912, nr. 511874).

Onderzoekers zijn het erover eens dat er een kloof bestond tussen het nationaal wetgevende kader en de praktijk inzake het migratiebeleid. Er is evenwel onenigheid over wat aan de grondslag lag van deze discrepantie. Gérard Noiriel wees met het begrip impuissances bureaucratiques op het onvermogen van de staat om de naleving van de nationale wetten op lokaal niveau te verzekeren.12 Marlou Schrover stelde daarentegen dat overheden zich ervan bewust waren dat ze over te beperkte middelen beschikten om hun beleid te implementeren en dus ook niet deze ambitie hadden. Hun doel als nachtwakerstaat beperkte zich slechts tot het creëren van een illusie van controle over hun gebied om zo hun soevereiniteit te legitimeren.13 Recent onderzoek naar de werking van de Sûreté Publique gaat nog een stap verder en betwist zelfs de idee van een liberale periode inzake migratiecontrole. Het toont aan dat de jaren 1860 helemaal niet een minder arbitrair of wreed vreemdelingebeleid inluidden en dat de centrale overheid, ondanks de beperkte middelen, er toch in slaagde om een krachtdadig migratiebeleid te implementeren.14

In tegenstelling tot het migratieonderzoek over de vroegmoderne periode, hadden hedendaagse migratiehistorici amper oog voor de stad, nochtans dé plaats bij uitstek van aankomst en transit, en richtten ze hun blik vooral op de natiestaat en het centrale niveau. Onderzoek naar de lokale toepassing is echter van groot belang om meer inzichten te verwerven rond de interpretaties en implementaties van het uitgetekende migratiebeleid. De voorbije jaren veranderde deze houding en hebben hedendaagse historici nu meer aandacht voor de praktijken, ruimtes en documenten die overheden aanwendden om de migranten op lokaal niveau te monitoren en te controleren.15 Uit deze studies bleek onder andere dat de lokale autoriteiten de toegang tot de armenzorg, de noden van de plaatselijke arbeidsmarkt, de publieke opinie, het sociaal vangnet van de vreemdeling binnen de gemeenschap en, tot slot, de algemene politieke en economische situatie als bepalende factoren beschouwden om de instroom van migranten naar steden te reguleren.16 Aangezien de lokale autoriteiten en politiediensten verantwoordelijk waren voor de implementatie van de nationale migratiewetten in steden, zorgde deze bevoegdheid ervoor dat deze diensten in deze periode snel groeiden en zich professionaliseerden.17

Binnen het vreemdelingenbeleid zijn er twee verschillende controlemechanismes. Enerzijds had de staat de mogelijkheid om selectiesystemen in te voeren die de nieuwkomers al dan niet toegang tot het land verschaften. Anderzijds ontwikkelde hij ook verwijderingssystemen die hem toeliet om vreemdelingen van zijn territorium te verwijderen, ongeacht of ze al dan niet een misdaad hadden begaan.18 Met de afschaffing van de paspoortwetten en grenscontroles nam het belang van het verwijderingsmechanisme voor de migratiecontrole toe. Een koninklijk uitwijzingsbevel was de meest radicale maatregel binnen dit domein: het liet de staat niet alleen toe om ongewenste vreemdelingen van zijn territorium te verwijderen, maar verbood hen ook om naar België terug te keren, in tegenstelling tot een gewone uitzetting. Als ze na hun uitwijzing toch terug het koninkrijk betraden, kon de staat hen vervolgen en opsluiten voor banbreuk. Na hun strafuitzetting stuurde de overheid hen dan terug over de landsgrenzen. Hoewel Nicolas Coupain al onderzoek verrichtte naar het Belgisch uitwijzingsbeleid op nationaal niveau, blijft de vraag naar de implementatie en interpretatie ervan op lokaal niveau grotendeels onbeantwoord.19 Sinds kort besteden historici dan ook meer aandacht aan de uitvoering van het uitwijzingsbeleid in Antwerpen, Brussel en de grenssteden.20 Enkel onderzoek naar de uitwijzingspraktijken kan meer inzicht bieden in de evoluerende interpretatie en achterliggende redeneringen van het vreemdelingenbeleid.21

Vingerafdrukken van de Russische immigrant Gabriël-David Koltanovski. In 1920, 26 jaar na zijn aankomst in België, werd hij in Antwerpen aangehouden voor valsheid in geschrifte (Algemeen Rijksarchief, Ministerie van Justitie. Bestuur Openbare Veiligheid. Dienst Vreemdelingenpolitie. Individuele dossiers geopend tussen 1835 en 1912, nr. 558047).

Naast een essentieel instrument van migratiecontrole vormden uitwijzingen ook een middel om crimineel of afwijkend gedrag te bestraffen.22 De vreemdelingenwet stelde dat de staat vreemdelingen moest uitwijzen die vervolgd en/of veroordeeld waren, of de openbare orde verstoorden. Buitenlandse delinquenten en misdadigers waren dus een duidelijk doelgroep binnen het uitwijzingsbeleid. Bovendien groeide vanaf de jaren 1880 de aandacht voor het fenomeen van “internationale misdaad” binnen de kringen van sociale hervormers en ordediensten.23 Niet alleen migranten en reizigers, maar ook criminelen profiteerden van de verbeterde transportnetwerken en de afwezigheid van grenscontroles.24 Bijgevolg werden de Sûreté Publique en lokale politiediensten geconfronteerd met een steeds mobielere groep van delinquenten, terwijl hun autoriteit ironisch genoeg beperkt bleef tot de grenzen van hun eigen jurisdictie.

Alexander Tscherniadieff stond bekend als een oplichter en zwendelaar, en moest zich op het einde van zijn leven noodgedwongen terugtrekken naar Londen. Naast België weerden ook Frankrijk, Italië, Oostenrijk-Hongarije en Pruisen hem van hun grondgebied (Algemeen Rijksarchief, Ministerie van Justitie. Bestuur Openbare Veiligheid. Dienst Vreemdelingenpolitie. Individuele dossiers geopend tussen 1835 en 1912, nr. 488109).

In een poging om deze discrepantie te overwinnen, zochten politiediensten hun toevlucht tot internationale samenwerkingen. Hoewel de aanpak van de Sûreté Publique en de lokale politiediensten om de mobiliteit van criminelen te beperken één van de hoofddoelstellingen was binnen het vreemdelingenbeleid, hebben historici hier nog geen aandacht aan besteed. Onderzoek naar samenwerkingen tussen politiediensten voor deze periode focust voornamelijk op de strijd tegen het anarchisme, zonder andere vormen van misdaad in beschouwing te nemen.25 Bovendien zijn de mobiliteitspatronen van criminele migranten en reizigers amper bestudeerd, hoewel deze cruciaal zijn om inzicht te verkrijgen in migratiecontrole, mobiliteit en de interactie tussen beide elementen.

Onderzoek naar migratie en het vreemdelingenbeleid in de negentiende eeuw blijft dus nog grotendeels beperkt tot de eigen nationale grenzen. Om meer inzicht te krijgen in de mobiliteit van migranten, de praktijken van migratiecontrole, en de wisselwerking tussen beide, is een andere aanpak noodzakelijk. Mijn doctoraatsonderzoek bestudeert via een levensloop- en netwerkanalyse de mobiliteit van verdachte, veroordeelde, uitgezette, uitgewezene en/of uitgeleverde Russische migranten in Brussel en Luik vanaf de jaren 1880 tot de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Het neemt dus niet alleen de aankomst en het verblijf in België maar ook het vertrek en verdere migratietraject van deze migranten systematisch onder de loep. Meer nog, door het gebruik van een netwerk- en levensloopanalyse, zorgt het voor een aanzienlijke verbreding van reeds bestaand onderzoek, dat voornamelijk de focus heeft gelegd op de Russische politieke vluchtelingen. Tegelijkertijd analyseert het ook de pogingen, prioriteiten en strategieën van de Sûreté Publique om vat te krijgen op deze mobiliteit gedurende deze periode. Bovendien kijkt het ook naar de mogelijke samenwerking tussen buitenlandse politiediensten, meer bepaald de Russische staatsveiligheid, de zogenaamde Okhrana, en de Franse Sûreté Générale. Zoals Ayfer Erkul immers al aantoonde, zijn migratie- en politiegeschiedenis intrinsiek met elkaar verbonden.26 Door deze aanpak probeert dit onderzoek meer inzicht te verwerven in de interactie tussen de mobiliteit van verdachte migranten en de methodes die de politiediensten aanwendden om deze te bestrijden, en bij te dragen tot de historiografische debatten rond migratie, politie en criminaliteit aan het einde van de negentiende eeuw.

- Maïté Van Vyve

Webreferenties

  1. Ayfer Erkul: https://www.contemporanea.be/nl/article/20182-review-nl-ayfer-erkul

Références

  1. Lucassen, Jan & Lucassen, Leo, ‘The mobility transition revisited, 1500-1900: what the case of Europe can offer to global history’, in: Journal of Global History, 4: 3 (2009), pp. 347, 345.
  2. Goddeeris, Idesbald, ‘Belgische pull-factoren bij politieke vluchtelingen: een perceptie vanuit de longue durée’, in: Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij Voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, 54 (2001), pp. 280, 283-285.
  3. Zie onder andere: Morelli, Anne (dir.), Histoire des étrangers et de l’immigration en Belgique de la préhistoire à nos jours (Bruxelles : Couleur Livres, 2004); Stengers, Jean, ‘Les mouvements migratoires en Belgique aux XIXe et XXe siècles’, in: Revue belge de philologie et d’histoire, 82: 1-2 (2004), pp. 311-348 ; Goddeeris, Idesbald, La grande émigration polonaise en Belgique (1831-1870). Elites et masses en exil à l’époque romantique (Berne: Peter Lang, 2013).
  4. Waegemans, Emmanuel (red.), Het Land Van De Blauwe Vogel: Russen in België (Antwerpen: Dedalus, 1991); Ronin, Vladimir K., Antwerpen En Zijn Russen: Onderdanen Van De Tsaar, 1814-1914 (Gent: Stichting Mens & Cultuur, 1993); Waegemans, Emmanuel (red.), De Russische Beer En De Belgische Leeuw: Drie Eeuwen Russische Aanwezigheid in België (Leuven: Davidsfonds, 2005).
  5. Lucassen, Leo, ‘Blind Spot: Migratory and Travelling Groups in Western European Historiography’, in: International Review of Social History, 38: 2 (1993), pp. 209-235.
  6. De Koster, Margo & Reinke, Herbert, ‘Policing Minorities’, in: Knepper, P. & Johansen, A. (eds.), Oxford Handbook of the History of Crime and Criminal Justice in Europe and North America, 1750-1945 (Oxford: Oxford University Press, 2016), p. 271; Wauters, Ruth, ‘Migrants in the midst of city life: spatial patterns and arrival logics of foreign newcomers to Brussels in 1880’, in: Journal of Historical Geography, 58 (2017), p. 44.
  7. Zie onder andere: Nézer, France, La Sûreté publique belge face aux Tsiganes étrangers (Louvain-la-Neuve: UCL Presses universitaires de Louvain, 2011); Greefs, Hilde & Winter, Anne, ‘Alone and Far from Home: Gender and Migration Trajectories of Single Foreign Newcomers to Antwerp, 1850-1880’, in: Journal of Urban History, 42: 1 (2016), pp. 61-80; Verbruggen, Thomas, ‘De mobiliteit van dienstmeiden en de modernisering van de Europese samenleving’, in: Contemporanea, 38 (2016); Tammes, Peter (red.), Oostjoodse Passanten en Blijvers. Aankomst, opvang, transmigratie en vestiging van joden uit Rusland in Amsterdam en Rotterdam, 1882-1914 (Amsterdam: Menasseh ben Israel Intituut, 2013).
  8. Caestecker, Frank, Alien Policy in Belgium, 1840-1940. Creation of guest workers, refugees and illegal aliens (New York: Berghahn Books, 2000), pp. 1-47.
  9. De uitzondering in België hierop is Caestecker, Ibid.
  10. Coppens, Alexander, Tussen beleid en administratieve praktijk: de implementatie van de Belgische immigratiebeleid in de negentiende eeuw (Vrije Universiteit Brussel (VUB) & Universiteit Antwerpen (UA), Departement Geschiedenis, 2017)(onuitgegeven doctoraat), p. 16.
  11. Coupain, Nicolas, L’expulsion des étrangers en Belgique (Université Libre de Bruxelles (ULB), Departement Geschiedenis, 2000)(onuitgegeven masterproef), p. 92.
  12. Noiriel, Gérard, La tyrannie du national : le droit d’asile en Europe, 1793-1993 (Paris : Calmann-Levy, 1991), pp. 58-63.
  13. Schrover, Marlou, et al., ‘Introduction’, in: Schrover, M. et al. (eds.), Illegal migration and Gender in a Global and Historical Perspective (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2009), pp. 16-17.
  14. Feys, Torsten, ‘International railroads and human mobility controls at the Franco-Belgian border (1840s-1860s)’, in: Diasporas, 33 (2019), pp. 35-54; Feys, Torsten, ‘Riding the rails of removal: The impact of railways on border controls and expulsion practices’, in: The Journal of Transport History, 40: 2 (2019), pp. 189–210.
  15. Debackere, Ellen, Tussen stad en staat. Het lokale beleid ten aanzien van buitenlanders in Antwerpen, 1830-1880 (Vrije Universiteit Brussel (VUB) & Universiteit Antwerpen (UA), Departement Geschiedenis, 2017)(onuitgegeven doctoraat); Debackere, Ellen, Welkom in Antwerpen? Het Antwerpse vreemdelingenbeleid, 1830-1880 (Leuven: Universitaire Pers Leuven, 2020); Coppens, Tussen beleid en administratieve praktijk; Greefs & Winter (eds.) Migration Policies and Materialities of Identification in European Cities; Feys, ‘International railroads and human mobility controls’.
  16. Debackere, Tussen stad en staat
  17. Dekoster & Reinke, ‘Policing Migrants’, p. 268; Blanc-Chaléard, Marie-Claude et al. (dir.), Police et migrants. France, 1667– 1939 (Rennes : Presses universitaires de Rennes, 2001).
  18. Rygiel, Philippe, ‘Indésirables et migrants désirés’, in : Rygiel, P. (dir.), Le bon grain et l’ivraie - La sélection des migrants en Occident, 1880-1939 (Paris : Aux Lieux d’être, 2006), pp. 21-22 ; Feys, ‘International railroads and human mobility controls’, p. 35.
  19. Coupain, L’expulsion des étrangers en Belgique.
  20. Feys, Torsten, ‘Ostend, from Queen of Seaside Resorts to Expulsion Gateway: Monitoring the entry, stay and expulsion of foreigners through Ostend (1840-1914)’, in: Limberger, M. & Coussens, H. (eds.), Book of abstracts: Social dynamics in Atlantic ports XIVth-XXst centuries - VIth international colloquium of the governance of the Atlantic ports XIVth - XXst centuries (Oostende: Vlaams Instituut van de Zee, 2019); Feys, ‘Riding the rails of removal…’; Debackere, Tussen stad en staat; Coppens, Tussen beleid en administratieve praktijk.
  21. Caestecker, Frank, ‘The transformation of Nineteenth-Century West European Expulsion Policy, 1880-1914’, in: Fahrmeir, A., Faron, O. & Weil, P. (eds.), Migration Control in the North Atlantic World (New York: Berghahn Books, 2003), pp. 120-121.
  22. De Koster, Margo, ‘Verbanning en uitzetting in Noordwest-Europa sinds de vroegmoderne periode’, in: Justitiële verkenningen, 44: 2 (2018), p. 72.
  23. Lopez, Laurent, ‘Crossing Frontiers to Chase Offenders: The Hardships of French and Belgian Police Collaboration at the Beginning of the 20th Century’, in: Campion, J. & Rousseaux, X. (eds.), Policing New Risks in Modern European History (Basingstoke: Palgrave Pivot, 2016), p. 23.
  24. Feys, ‘Ostend, from Queen of Seaside Resorts to Expulsion Gateway’.
  25. Lopez, ‘Crossing Frontiers’; de Graaf, Beatrice & Klem, Wouter, ‘Joining the international war against anarchism. The Dutch police and its push towards transnational cooperation, 1880-1914’, in: Van Dijk, R. et al. (eds.), Shaping the International Relations of the Netherlands, 1815-2000 (London: Routledge, 2018), pp. 56-79; Keunings, Luc, ‘Ordre public et peur du rouge au XIXe siècle. La police, les socialistes et les anarchistes Bruxelles (1886-1914)’, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 25: 3-4 (1995), pp. 329-396.
  26. Erkul, Ayfer, ‘Politie en migranten: twee geschiedenissen die onlosmakelijk verbonden geraakten’, in: Contemporanea, 38:2 (2019).