Contemporanea
Jaargang XXXVIII Jaar 2019 Nummer 1

Recensies

Delcorps, Vincent, Dans les coulisses de la diplomatie. Histoire du ministère belge des Affaires étrangères (1944-1989) (Louvain-la-Neuve, 2018), 645 p.

Peter Laroy, directeur Liberas/Liberaal Archief

Begin 2018 verscheen een handelseditie van het doctoraat van Vincent Delcorps dat handelt over de geschiedenis van het ministerie van Buitenlandse Zaken in België (1944-1989). Het werk is gebaseerd op een uitvoerige literatuurstudie, een massa archiefmateriaal en op gesprekken die de auteur heeft gevoerd met relevante spelers uit deze periode. In 16 thematische, goed gestructureerde hoofdstukken bouwt hij verder op de kennis die er over dit onderwerp reeds bestaat maar onderbouwt dit of vult dit aan in zijn synthese die 45 jaar recente geschiedenis omvat.

Het is bijvoorbeeld wel geweten dat het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken en bij uitbreiding de diplomatie voor en kort na de Tweede Wereldoorlog een ietwat stoffig imago had. Franstaligen (al dan niet met adellijke achtergrond) zwaaiden er de plak. Het was pas heel langzaam dat dit beeld in de jaren 1960 en 1970 werd bijgesteld. Delcorps maakt duidelijk dat deze verstarde geest nog lange tijd bleef hangen. Die hardleersheid blijkt bijvoorbeeld uit de paragrafen waarin de auteur de informatisering van het departement beschrijft in de jaren 1970 (p. 459 e.v.).

Het is ook al langer dan vandaag geweten dat Buitenlandse Zaken na de Tweede Wereldoorlog werd meegesleept in de internationale evoluties. Het speelveld was grondig veranderd. De grote internationale organisaties (VN, NATO …) vroegen om een andere benadering. Dit betekende vooral dat het departement Buitenlandse Zaken in een aantal dossiers het monopolie kwijtspeelde en bevoegdheden noodgedwongen diende te delen met andere spelers. Deze samenwerking en/of verdeling van onderlinge bevoegdheden met andere departementen verliep niet altijd van een leien dakje. Delcorps bewijst deze stelling met concrete cases. Briefwisseling van P.H. Spaak bijvoorbeeld bewijst hoe moeilijk de minister het reeds onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog had met de vaststelling dat collega-ministers op het internationale forum opdoken zonder hem daarover te informeren (p. 121 e.v.). Het probleem van bevoegdheden stelde zich uiteraard vooral op het terrein van aangrenzende gebieden zoals ontwikkelingssamenwerking of buitenlandse handel. In de jaren 1970 was er bijvoorbeeld het verhaal van een sterke minister van Buitenlandse Zaken Henri Simonet die zijn collega’s van de aangrenzende bevoegdheden buitenlands handel en ontwikkelingssamenwerking in de schaduw plaatste (p. 432). Het bleef steeds zoeken naar evenwicht en in veel gevallen had veel te maken met personenkwesties.

In de jaren 1950-1960 stelde de vraag rond bevoegdheden en evenwichten zich vooral rond de onafhankelijkheid van de Belgische kolonie Congo. Het was niet meteen duidelijk in welke mate Buitenlandse Zaken het voortouw diende te nemen. De auteur wijst hier op het werk van Jef Van Bilsen halfweg de jaren 1950 om de samenwerking met de kolonie aan een breder orgaan dan enkel Buitenlandse zaken toe te vertrouwen (p. 230 e.v.). Dit interessante thema is mooi uitgewerkt in het boek. Er is duidelijk een en ander over te vertellen.

Ook de evoluties op het vlak van binnenlandse politiek hebben hun sporen nagelaten op de werking en de organisatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Doorheen de jaren begonnen Nederlandstaligen steeds zwaarder door te wegen. Toch kwam er pas in 1973 voor het eerst een Nederlandstalige minister van Buitenlandse Zaken met Renaat Van Elslande. Door de inspanningen van vooral Hendrik Fayat (p. 252 e.v.) was bij het diplomatenpersoneel de toon reeds langer gezet (zij het met wisselend succes). Het cijfermateriaal leert dat er een evolutie was van 192 Franstalige en 189 Nederlandstalige diplomaten in 1975 naar 189 Franstalige en 226 Nederlandstalige diplomaten in 1986 (p. 284). De communautaire kwestie en de federalisering lieten op andere vlakken eveneens hun sporen na. De vraag stelde zich bijvoorbeeld wie er België en/of de deelstaten kon vertegenwoordigen. In essentie betrof het een zaak van het verdelen van bevoegdheden en zoals gezegd lukte dat de ene keer al beter dan de andere keer. Delcorps haalt een voorbeeld aan uit 1980, met een dispuut over het al dan niet uithangen van de Vlaamse leeuw op een promotie-evenement in de Verenigde Staten. Het was een zaak die tot op hoogste niveau werd besproken met uiteindelijk een compromis à la belge (de Belgische vlag samen met de Vlaamse leeuw) (p. 541).

Delcorps behandelt ook minder voor de hand liggende vragen. Hij bekijkt bijvoorbeeld in welke mate de koning dwingende suggesties deed als het om internationale aangelegenheden ging (wat Boudewijn ook op andere terreinen wel eens durfde te doen). Aan de hand van een aantal concrete gevallen (o.a. benoemingen) is de auteur van mening dat de koning niet het uiteindelijke beslissingsrecht had maar toch sturend kon optreden (p. 399 e.v.). Een ander neventhema is politisering. Volgens Delcorps nam de inmenging van de politiek toe vanaf eind jaren 1950, met als kantelpunt een case waarin de liberalen steun verleenden aan Marcel-Henri Jaspar die hoopte benoemd te worden als ambassadeur in Londen (p. 518). Dertig jaar later had volgens de auteur iedere diplomaat (maar ook topfiguren in de administratie) een partijkaart. Hij voegt er evenwel aan toe dit niet enkel uit overtuiging gebeurde maar vaak ook uit opportunisme (p. 521).

Een heel lezenswaardig deel is het hoofdstuk waarin de auteur de carrière van de diplomaat en vooral de veranderingen in de behandelde periode beschrijft (p. 341 e.v.): generalisten in plaats van specialisten, korter verblijf op de posten, meer multilateraal, minder adel, democratisering, vernederlandsing, het verdwijnen van het beeld van de wereldvreemde en mysterieuze diplomaat, wijziging in de verloning, aanpassen van het statuut en minder prestige. Ook over de aanwezigheid van de vrouwen in de diplomatie en over het steeds groeiend belang van goede relaties met de pers krijgt de lezer een aantal interessante beschouwingen en feiten voorgeschoteld. In contrast hiermee (want meer technisch van aard) is het verhaal over de structuur en de wijzigingen in de organisatie van het departement en de eigenlijke rol van sterke personen binnen de administratie. De bijlagen tot slot bevatten nuttige overzichtslijsten en korte biografische nota’s van de hoofdrolspelers. Een uitgebreide personenindex zorgt bruikbaarheid als naslagwerk. Delcorps schreef met Dans la coulisses de la diplomatie een vlot leesbaar en op degelijk archiefwerk steunend boek. Het is een verrijking voor het onderzoek naar de geschiedenis van de Belgische internationale politiek van de 20ste eeuw.

- Peter Laroy