Contemporanea
Jaargang XXXVIII Jaar 2019 Nummer 2

Recensies

Khoojinian, Mazyar , Les Turcs à la mine. L’immigration turque dans l’industrie charbonnière belge (1956-1970), (Paris: L’Harmattan. 2018), p. 404.

Frank Caestecker, UGent

Deze handelseditie van het doctoraat dat Khoojinian verdedigde aan de ULB behandelt de immigratie van een twintigduizend Turkse arbeidsmigranten naar de Belgische mijnen in de eerste helft van de jaren zestig. De mijnbouw in België maakte op dat moment al een crisis door; ze was niet in staat de concurrentie aan te gaan met mijnen elders in Europa. Bovendien woedde tijdens de golden sixties een ware strijd om arbeidskrachten in West-Europa. Hierdoor kende de mijnindustrie een gevoelig tekort aan arbeiders. Om deze situatie het hoofd te bieden, was het noodzakelijk om wijder te rekruteren. Met goedkeuring van de Belgische vakbonden zetten de Belgische en Turkse overheid een samenwerking op poten om de tewerkstelling van Turkse arbeiders in de Belgische mijnindustrie te faciliteren. Vijftienduizend Turkse mijnwerkers verlieten hun thuisland om in België te komen werken. Hoewel de mijnindustrie hoopte deze arbeidskrachten voor langere tijd te werk te stellen, had tegen 1968 reeds 80% van de Turkse mijnwerkers de Belgische mijnindustrie verlaten. De weinige Turkse arbeiders die in de mijn bleven, lieten hun echtgenote en kinderen overkomen en vestigden zich permanent in België. Zij bleven vooral kolen delven en waren deel van de harde kern arbeiders die aan de slag zouden blijven tot de definitieve afbouw van de mijnen.
Het migratieproject van de meeste Turkse arbeiders was dus tijdelijk van aard. Sommigen keerden terug naar Turkije zodra ze meenden voldoende verdiend te hebben. Anderen verlieten de mijn wanneer ze in een andere sector een hoger loon konden krijgen. Ook andere bedrijfstakken kampten immers met een arbeidstekort en vele Turkse arbeiders waren maar wat blij om het zware en ongezonde mijnwerk in te ruilen voor een andere, beter betaalde job in België, Nederland of Duitsland.

Deze studie is gebaseerd op een heel brede archiefexploratie. De steenkoolindustrie en de vreemdelingenpolitie hebben beiden een uitgebreid archief nagelaten die door de auteur grondig zijn onderzocht. Op basis van dit bronnenmateriaal weet Khoojinian een goed beeld te schetsen van de Turkse arbeidsmigranten en hun inpassing in de Belgische mijnsector. Deze Belgische blik op de Turkse immigratie wordt aangevuld met het Turkse perspectief, zodat hij een meerstemmig verhaal weet neer te schrijven. De rijke archieven van het Turkse consulaat in Brussel en van de Turkse emigratiediensten verlenen ons inzicht in het interne Turkse beslissingsproces rond deze arbeidsmigratie. Daarnaast bieden ze inzicht in hoe de Turkse migranten zelf hun arbeid en verblijf in België ervoeren. De auteur deed nauwelijks een beroep op interviews, maar dit wordt gecompenseerd doordat in het Turkse archiefmateriaal de migranten zelf ook - zij het vaak indirect - aan het woord komen. Een goed voorbeeld hiervan zijn de rapporten van de vier arbeidersbegeleiders, die door de Turkse autoriteiten werden uitgezonden naar de mijnbekkens. Dergelijke Turkse bronnen werpen bovendien een nieuw licht op hoe deze immigranten toen de Belgische samenleving hebben ervaren. Khoojinian focust niet enkel op hun wedervaren in de mijnbouw, maar schetst aan de hand van het bronnenmateriaal ook de opbouw van een Turkse gemeenschap in België, met een eigen organisatieleven en religieuze infrastructuur.

Het boek biedt een enorme toevoeging aan onze kennis over de Turkse pioniers in België. Wel had de vergelijking met andere migrantengroepen, die eveneens in België terecht zijn gekomen naar aanleiding van de arbeidsnoden van de steenkoolindustrie, meer systematisch mogen gebeuren. Bovendien verliest de auteur zich soms teveel in details die een goede synthese in de weg staan. Khoojinian had zijn materiaal iets sterker kunnen structureren, zodat de lezer duidelijker de grote lijnen van dit Turks-Belgisch verhaal kreeg uitgetekend. Ook een index was een welkom instrument geweest voor de lezer. Niettegenstaande deze kritieken biedt het boek een interessante bijdrage aan de sociaal-politieke en culturele geschiedenis van België.

- Frank Caestecker