Contemporanea
Jaargang XXXVIII Jaar 2019 Nummer 2

Recensies

Dartevelle, André, Un Maquis dans les cités. La resistance a Watermael-Boitsfort, 1940-1945, (Waterloo: Renaissance du Livre, 2018), p. 332.

Dr. Lennert Savenije, Radboud Universiteit Nijmegen

De geschiedschrijving van de weerstand of het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog verkeert in een transitiefase. Lang werd de weerstandsgeschiedenis door getuigenissen van betrokkenen gevormd en gekleurd, maar aangezien door het verstrijken van de tijd steeds minder getuigen in leven zijn, verschuift de betrokkenheid en interesse naar nieuwe generaties. Nabestaanden ontfermen zich inmiddels naast historici over het weerstandsverleden. Engagement en historisch onderzoek blijken elkaar daarbij nog immer rond dit thema te raken.

Daarvan getuigt ook het laatste boek van André Dartevelle. Brusselaar Dartevelle werkte tot zijn overlijden in 2015 decennialang voor verschillende media, onder meer voor Le Soir en de RTBF. Ten zuiden van de taalgrens is zijn bekendheid groter dan daarboven, wat ook blijkt uit het feit dat weinig tot geen van zijn publicaties in het Nederlands werden vertaald of hun weg vonden naar bibliotheken en boekverkopers in het Nederlandse taalgebied.

Zijn oeuvre is rijk in omvang en verscheidenheid, maar steeds valt het engagement op waarmee Dartevelle zijn werk lardeerde. Uitgesproken mag hij worden genoemd in zijn keuze van onderwerpen. Dat blijkt ook uit de aandacht die hij gaf aan de Tweede Wereldoorlog en dan in het bijzonder voor de weerstandgeschiedenis die hem, zelf zoon van een weerstander, ten zeerste aansprak. Weerstand, opstand en sociale onrechtvaardigheid, zowel in het verleden als in de actualiteit, hadden feitelijk continu zijn grote interesse.

Zijn laatste bij leven nagenoeg voltooide boek, een studie naar het verzet in de Brusselse deelgemeente Watermaal-Bosvoorde, getuigt andermaal van een persoonlijke betrokkenheid bij het oorlogsverleden, maar ook van het vakmanschap van een journalist, documentairemaker en onderzoeker. Zijn boek is meer dan een lokale oorlogsgeschiedenis, het is een pleidooi voor het belang van lokaal-historisch onderzoek waarbij de auteur persoonlijke geschiedenissen – waaronder die van zijn eigen familie – met hun omgeving verbindt. ‘Partout j’ai cherché ses traces’, schrijft hij aan het begin van zijn boek, en het zijn die sporen, de opgeschreven en vertelde verhalen, waarmee hij vervolgens zijn eigen verhaal vertelt.

Dartevelle doet dit aan de hand van eerder impliciet dan expliciet gestelde vragen. Het boek meandert af en toe, maar blijft toch meeslepend. Hoe ontstaat een verzetsgroep? Wat bindt weerstanders? Wat drijft hen? Hoe is de omgeving daarop van invloed? Deze vragen komen als vanzelf in het onderzoek naar voren en worden aan de hand van weerstanders als Jean Jaemaels en Edmond Dartevelle (zijn vader) aan de orde gesteld. Zij zijn zoals Dartevelle het noemt ‘les acteurs’ in het decor van Watermaal-Bosvoorde, de personen die inzichtelijk maken hoe iemand zich van ‘ketje’ tot weerstandstrijder kon ontwikkelen gedurende de bezetting.

Het boek bestaat uit vijf afzonderlijke delen en daarvan is het eerste deel in veel opzichten een kleine geschiedenis van de deelgemeente en het ontstaan van Groot-Brussel. Zijn aandacht gaat uit naar de ontstaansgeschiedenis van de tuinsteden Floréal en Logis, naar de sociale kwestie en opkomst van nieuwe politieke en sociale bewegingen. Vanuit die context schetst hij vervolgens de ontstaansgeschiedenis en het functioneren van de lokale geleding van het Front de l’Indépendance/het Onafhankelijkheidsfront. ‘La genèse du FI pose la question de l’histoire locale’; du niveau le plus bas’, schrijft hij op pagina 55. Wie wil weten hoe het Onafhankelijkheidsfront functioneerde kan met andere woorden niet om de lokale dimensie heen, ook al ging er aan elke verzetsdeelname uiteindelijk een persoonlijke afweging schuil.

Op lokaal niveau ligt de sleutel om te begrijpen hoe deze weerstandsorganisatie met een radicaal socialistische achtergrond kon ontstaan en groeien, maar ook hoe en waarom er sprake was van samenwerking. Een gedeelde afkeer van de bezetting van Brussel en België bracht personen uit andere milieus, van socialistisch en liberaal tot katholiek en conservatief, al dan niet in kwetsbare gelegenheidscoalities bijeen. Een lokale blik legt nog eens bloot dat een verzetsorganisatie als het Onafhankelijkheidsfront in wezen een verzameling van kleinere netwerken was. Dartevelle maakt dit onder meer inzichtelijk door terecht ook uitgebreid aandacht te besteden aan die categorieën van verzet die lange tijd als secundair werden beschouwd, zoals de hulp en solidariteit aan vervolgden en hun families, ‘le service sociale’. Boeiend is in het bijzonder zijn kleine studie van de hulp die vanuit Watermaal-Bosvoorde werd geboden aan personen die de Arbeidsinzet wisten te ontduiken.

Met recht eindigt hij met een deel waarin hij de herinneringscultuur van de verzetsdeelname van inwoners van Watermaal-Bosvoorde plaatst in de naoorlogse omgang met het oorlogsverleden. De verzetsdeelname vond weliswaar in 1944 een einde, maar de verzetsdeelnemers zelf – althans zij die de oorlog overleefden – bleven daarna op eigen wijze betrokken bij de herinnering aan hun oorlogsgeschiedenis. Wederom deden zij dat niet los van hun milieu en woonomgeving, en niet los van de naoorlogse actualiteit. Dartevelle kon daarover meepraten en dat doet hij dan ook in de conclusie van zijn laatste boek.

Als microgeschiedenis is zijn studie een mooie aanvulling op seriewerken over de Tweede Wereldoorlog en eerdere studies naar het Brusselse verzet van onder meer Chantal Kesteloot. Wel is het de vraag – zeker voor een Nederlandse recensent – hoe de door Dartevelle geschetste situatie in Watermaal-Bosvoorde zich verhoudt tot de Belgische weerstandsgeschiedenis in haar algemeenheid. Het beperkt geannoteerde boek heeft geen bibliografie en veronderstelt een grote mate van kennis over de bredere context van België in de Tweede Wereldoorlog.

De auteur blijft dicht bij huis, dicht op zijn persoonlijke en lokale sporen. Het was uiteindelijk niet zijn doel om te vergelijken, of om een exemplarisch voorbeeld te geven, maar om het belang van de lokale geschiedschrijving en de betekenis van het verzet te benadrukken. Getuigen laten spreken en hun plek in de geschiedenis waarborgen, Dartevelle heeft er een levenswerk van gemaakt. Dat hij in zijn laatste boek terugkeerde naar zijn familie en woonomgeving mag toepasselijk worden genoemd. Meer over de totstandkoming van dit postuum verschenen boek valt te lezen in het voorwoord van Fabrice Maerten, medewerker van het CegeSoma te Brussel, de plek waar nu ook het archief Dartevelle wordt bewaard voor nieuwe generaties van onderzoekers uit Watermaal-Bosvoorde en daarbuiten.

- Lennert Savenije

Webreferenties

  1. Dr. Lennert Savenije: https://www.ru.nl/personen/savenije-l/