Contemporanea
Jaargang XXXVIII Jaar 2019 Nummer 2

Review

Het ontwerpen van ambassades voor middle powers: de architectuur van Belgische en Nederlandse diplomatie in een globaliserende wereld

Bram De Maeyer, KU Leuven

‘U.S. Embassy opening in Jerusalem will be covered live on @FoxNews & @FoxBusiness. Lead up to 9:00 A.M. (eastern) event has already begun. A great day for Israel!’1

Op 14 mei 2018 deelde president Trump via zijn geliefkoosde medium Twitter mee dat de opening van de nieuwe Amerikaanse ambassade in Israël nakende was. Met de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem veroorzaakte Trump een diplomatieke rel met enerzijds de Palestijnse autoriteiten en anderzijds staten die zich diplomatiek huisvesten in Tel Aviv. Ambassades vormen de hoogste diplomatieke vertegenwoordiging van een zendende staat bij een ontvangende staat en bestaan uit een kanselarij fungerend als werkomgeving van de diplomatieke staf en een residentie waar de ambassadeur woont en ceremoniële plechtigheden plaatsvinden. Uit bovenstaand Amerikaans voorbeeld blijkt dat de locatie van deze gebouwen een zekere geladenheid heeft. Dit kan ook gezegd worden over de architectuur van deze gebouwen. Jane C. Loeffler labelt ambassadegebouwen als ‘[…] symbolically charged buildings uniquely defined by domestic politics, foreign affairs, and a complex set of representational requirements.’2 Deze geladenheid manifesteert zich des te meer in het geval van purpose-built ambassades. Naast het huisvesten van ambassades in aangekochte of gehuurde gebouwen, kiezen zendende staten er sinds de twintigste eeuw vaker voor om zelf ambassades op te trekken in de ontvangende staat. Met de overheid in de rol van bouwheer fungeren purpose-built ambassades niet enkel als de huisvesting van de diplomatieke vertegenwoordiging van een staat, maar eveneens als het architecturale uithangbord ervan in het buitenland. Dit heeft onderzoekers ertoe gezet om de representatieve strategieën inzake purpose-built ambassades te analyseren en zo de bouwpolitiek en -praktijk van zendende staten te belichten. Deze bijdrage heeft een tweeledig doel voor ogen. Enerzijds gaat er aandacht uit naar de verschillende tendensen binnen de literatuur over purpose-built ambassades en anderzijds wordt aangegeven hoe het doctoraatsproject Het ontwerpen van ambassades voor ‘middle powers’: de architectuur van Belgische en Nederlandse diplomatie in een globaliserende wereld zich verhoudt tot deze literatuur.

De residentie en bijbehorende tuin van de Belgische ambassadeur in New Delhi, 2018. Deze ambassade werd begin jaren 80 gebouwd naar een ontwerp van de Indische kunstenaar Satish Gujral (foto: Eva Meskens).

Binnen de architectuurgeschiedenis kent de studie naar de diplomatieke bouwpolitiek en -praktijk van zendende staten een opgang vanaf het einde van de twintigste eeuw. De eerste publicaties focussen vooral op de diplomatieke huisvesting van grootmachten zoals de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. In 1992 publiceerde Ron Robin het boek Enclaves of America. The Rhetoric of American Political Architecture Abroad 1900-1965 waar Amerikaanse ambassadearchitectuur van het interbellum één van de behandelde topics vormt. Robin toont aan hoe tegenstrijdige facties binnen de Amerikaanse politiek, voornamelijk isolationisten en internationalisten, een invloed hadden op de totstandkoming en architecturale vormentaal van purpose-built ambassades.3 In 1998 verscheen met The Architecture of Diplomacy: Building America’s Embassies van de eerder vermeldde Jane C. Loeffler één van de meest toonaangevende studies naar ambassadearchitectuur. In The Architecture of Diplomacy illustreert Loeffler hoe Amerika’s rol als politieman van de wereld na 1945 een ingrijpende impact had op de bouw van ambassades. Ze argumenteert dat de Koude Oorlog Amerika noopte om haar ambassadenetwerk danig uit te breiden en deze purpose-built ambassadegebouwen in te zetten als een architecturaal wapen in de culturele wapenwedloop met de Sovjet-Unie. Met de bouw van modernistische ambassadegebouwen in de jaren 50 en 60 poneerde de Verenigde Staten zich als de progressieve en democratische wereldmacht bij uitstek. Een herwerkte versie van het boek uit 2011 bestudeert de impact van recentere ontwikkelingen zoals een verhoogde terreurdreiging op de Amerikaanse bouwpolitiek en -praktijk. Zo leidden de bomaanslagen van Al-Qaida op de Amerikaanse ambassade in Tanzania en Kenia in 1998 tot de invoering van een ‘Standard Embassy Design’ (SED) in 2002.4 Deze standaardisering heeft verschillende Amerikaanse ambassades omgevormd tot een militair compound, haast afgesloten van de buitenwereld. Soortgelijk onderzoek is gevoerd naar de diplomatieke huisvesting van het Verenigd Koninkrijk. De meest toonaangevende publicatie is Room for Diplomacy. Britain’s Diplomatic Buildings Overseas 1800-2000 van Mark Bertram. Bertram schetst hierin een ruim overzicht van de evoluties binnen de Britse diplomatieke huisvesting zoals de opkomst van purpose-built ambassades. Daarnaast koppelt hij de representatieve strategieën inzake diplomatieke huisvesting met politieke omwentelingen zoals de Koude Oorlog of de onafhankelijkheidsgolf van gedekoloniseerde landen na de Tweede Wereldoorlog.5

Met deze dominante positie van de Angelsaksische wereld in de literatuur over ambassadearchitectuur, valt des te meer op dat soortgelijke studies naar de bouwpolitiek en-praktijk van kleinere landen fragmentarischer zijn. Studies naar de bouwpolitiek van kleinere landen worden vooral gekenmerkt door een casestudy aanpak waarbij ingezoomd wordt op één ambassade. Dit leidt ertoe dat het moeilijk valt in te schatten hoe deze casestudy zich verhoudt tot andere bouwprojecten van het desbetreffende land. Een voorbeeld hiervan is te vinden in Bruno Maurers A Tropical House: The embassy of Switzerland in New Delhi.6 Slechts enkele studies naar kleinere landen hebben geopteerd voor een ruimere afbakening in tijd en ruimte om de bouwpolitiek te belichten. Zo is er de doctoraatsverhandeling In search of a national vision: Swedish embassies from the mid-20th century to the present van Denise Hagströmer waar de Zweedse diplomatieke bouwpolitiek centraal staat.7 Momenteel bereidt Hélène Damen een doctoraat voor waarin zij dieper ingaat op de bouwpolitiek en -praktijk van Nederlandse purpose-built ambassades.8

Een andere benadering in studies naar ambassadearchitectuur bestaat erin om een analyse te maken van verschillende purpose-built ambassades gelegen in één en dezelfde hoofdstad. Aangezien ambassades zich normaliter bevinden in de hoofdstad van een ontvangende staat, biedt deze benadering een meerwaarde dankzij het comparatieve luik waarbij de bouwpolitiek en -praktijk van verschillende zendende staten met elkaar wordt afgewogen. Enkele voorbeelden hiervan zijn terug te vinden in publicaties zoals Kann man national bauen?: Die Architektur der Botschaften Indiens, der Schweiz und Großbritanniens in Berlin van Lucas Elmenhorst en Delhi’s Diplomatic Domains. Chanceries and Residences of Chanakyapuri and Imperial New Delhi van Gladys Abankwa-Meier-Klodt.9 Daarnaast is er nog het recente nummer van ABE Journal uit 2017 waarin vier auteurs nagaan hoe de aanwezigheid van diplomatieke gebouwen mee vorm geeft aan het stedelijk weefsel binnen de hoofdstad van de ontvangende staat.10

Daarnaast heeft er zich een verschuiving voorgedaan van een specifieke focus op de architectuur van ambassadegebouwen naar een focus op de architectuur én interieurinrichting. Zo is er het artikel Jules Wabbes and the Modern Design of American Embassies van Fátima Pombo en Hilde Heynen waarin besproken wordt hoe de Belgische interieurontwerper Jules Wabbes moderne meubelen ontwikkelde die toch een zekere traditie uitstraalden en tegelijk aansloten bij de modernistische vormentaal van Amerikaanse ambassadegebouwen opgetrokken in de jaren 50 en 60.11 In The Politics of Furniture. Identity, Diplomacy and Persuasion in Post-War Interiors zoomen twee hoofdstukken dieper in op de representatieve strategieën achter de tentoongestelde kunst en meubels van Amerikaanse en Australische ambassades in de jaren 50 en 60. Cammie McAtee toont aan hoe de Amerikaanse architect Eero Saarinen, ontwerper van de Amerikaanse ambassade in Londen, moderne kunst en design inschakelde om zijn land te promoten als ‘[…] a beacon of democracy and freedom.’12 In het hoofdstuk van Philip Goad wordt stilgestaan bij de initiatieven van de Australische overheid om via kunst en meubels aan nation branding te doen. Waar de kanselarij in Washington D.C. uitgerust was met een in hoofdzaak in Australië geproduceerd interieur, poogde men in Parijs een beeld te creëren van Australië als een citoyen du monde door middel van samenwerking met internationaal gerenommeerde kunstenaars en meubelfabrikanten.13 Wederom valt op dat de focus voornamelijk ligt op de Angelsaksische wereld.

Een set klompen tentoongesteld in de Nederlandse ambassade in New Delhi (foto: eigen collectie).

De laatste trend binnen de literatuur die deze bijdrage belicht, behelst niet-academische publicaties. Zo hebben voormalige ambassademedewerkers en overheden een verregaande interesse getoond door zelf publicaties uit te brengen over hun diplomatieke huisvestiging. Deze publicaties worden gekenmerkt door een veelal promotionele insteek zoals de veelzeggende titel Belgium’s most beautiful embassies from around the world van Olivier Stevens.14 Ondanks een meer narratieve benadering van purpose-built ambassadeprojecten, vormen deze publicaties een belangrijk facet aangezien het gebruikersperspectief van wonen en werken in een ambassade hierin meer aan bod komt. Een geslaagd voorbeeld is Inspirations: The Architectural Marvel of Satish Gujral and Memories of Seven Ambassadors van de voormalige cultureel attaché Philippe Falisse waarin voormalige Belgische ambassadeurs hun ervaringen delen omtrent wonen en werken in de purpose-built ambassade in New Delhi.15

Aanvullend op deze korte schets van de bestaande literatuur, wil deze bijdrage ten slotte aangeven hoe het doctoraatsproject Het ontwerpen van ambassades voor ‘middle powers’: de architectuur van Belgische en Nederlandse diplomatie in een globaliserende wereld zich tot deze verhoudt. Waar de bestaande historiografie veelal inzoomt op purpose-built ambassades van grootmachten, focust dit onderzoek op de bouwpolitiek en -praktijk van middle powers. Middle powers zijn landen die zich binnen een multipolaire wereldorde profileren als fervente aanhangers van internationale samenwerking om aldus een zekere invloed uit te oefenen op de internationale politieke agenda. Dat vertaalt zich in actief lidmaatschap van inter- en supranationale instellingen waar middle powers zich voornamelijk focussen op zachtere veiligheidsthema’s zoals conflictbemiddeling, mensenrechten en klimaatsverandering.16 Als casestudy’s van middle powers opteert dit onderzoek voor België en Nederland. Reeds gedurende de Tweede Wereldoorlog zetten beide landen in op meer internationale samenwerking met de oprichting van de Benelux en deze politiek is nadien verdergezet door een voortrekkersrol te spelen in de totstandkoming en werking van de VN, de NAVO en de EGKS. Daarnaast passen beide landen de representatieve strategie van colocatie toe waarbij de diplomatieke vertegenwoordiging van beide landen is gehuisvest in dezelfde ambassade zoals de pas geopende Belgisch-Nederlandse ambassade in Congo.

Openingsceremonie van de nieuwe Belgisch-Nederlandse ambassade in Kinshasa op 27 november 2017 (bron: Architectenbureau A2M).

Dit onderzoek wil nagaan hoe beide landen, verwant en tegelijk zo verschillend inzake nationale representatie, zich vanaf 1945 op (interieur)architecturaal vlak representeren in het buitenland door in te zoomen op purpose-built ambassades. Welke representatieve strategieën hanteren beide landen inzake (interieur)architectuur van purpose-built ambassades, waarin verschillen zij van elkaar? Wat zijn de bijbehorende uitdagingen en mogelijkheden voor beide landen binnen een politieke, economische en culturele globalisering? Belgische en Nederlandse purpose-built ambassades in Washington D.C., Warschau, New Delhi en Kinshasa worden bestudeerd om sleutelthema’s zoals de Koude Oorlog, een verregaandere globalisering en dekolonisatie te belichten. Met dit opzet ambieert dit onderzoeksproject om een architecturale dimensie te geven aan het debat over de naoorlogse Belgische en Nederlandse diplomatie en verder onderzoek naar ambassadearchitectuur van kleinere staten te stimuleren.

- Bram De Maeyer

Webreferenties

  1. Bram De Maeyer: http://www.a2i-kuleuven.be/team/bram-de-maeyer/

Referenties

  1. Twitteraccount Donald J. Trump (https://twitter.com/realdonaldtrump/status/995980604016611329), geraadpleegd op 12 december 2018.
  2. Loeffler, Jane C., The Architecture of Diplomacy: Building America’s Embassies (New York: Princeton Architectural Press, 1998), pp. 3-4.
  3. Robin, Ron, Enclaves of America. The Rhetoric of American Political Architecture Abroad 1900-1965 (Princeton: Princeton University Press, 1992).
  4. Loeffler, Jane C., The Architecture of Diplomacy: Building America’s Embassies (New York: Princeton Architectural Press, 1998), pp. 260-281.
  5. Bertram, Mark, Room for Diplomacy: Britain’s Diplomatic Buildings Overseas 1800-2000 (Reading: Spire Books, 2011), pp. 257-294.
  6. Maurer, Bruno, ‘Development of a tropical house: The planning and construction of the Embassy of Switzerland in New Delhi’, in: Maurer, Bruno (ed.), A Tropical House: The Embassy of Switzerland in New Delhi, (Zürich: GTA Verlag, 2014), pp. 77.
  7. Hagströmer, Denise, In search of a national vision: Swedish embassies from the mid-20th century to the present (ongepubliceerde doctoraatsthesis: Royal College of Art, 2011).
  8. Damen, Hélène, ‘Nederlandse residenties als zinnebeeld van de natie. De diplomatieke interieurs van Jan Holstein’, in: Eigenbrouwer: Tijdschrift van de goede smaak 8 (2017): pp. 35-49
  9. Elmenhorst, Lucas, Kann mann national bauen?: die Architectur der Botschaften Indiens, der Schweiz und Grossbritanniens in Berlin (Gebr. Mann, 2010); Abankwa-Meier-Klodt, Gladys, Delhi’s Diplomatic Domains. Chanceries and residences of Chanakyapuri and imperial New Delhi (New Delhi: Full Circle, 2013).
  10. ABE Journal, the space of diplomacy (https://journals.openedition.org/abe/3706), geraadpleegd op 17 april 2019.
  11. Pombo, Fatima en Heynen, Hilde, ‘Jules Wabbes and the Modern Design of American Embassies’, in: Interiors, 3 (2014): pp. 315-339.
  12. McAtee, Cammie, ‘All-over inside-out: US Embassy in London’, in: Floré, Fredie and McAtee, Cammie (eds),The Politics of Furniture. Identity, Diplomacy and Persuasion in Post-War Interiors (Londen: Routledge, 2017), pp. 155.
  13. Goad, Philip, ‘Designed Diplomacy: Australian Embassies’, in: The Politics of Furniture, pp. 189.
  14. Stevens, Olivier, Belgium’s most beautiful embassies from around the world (Doornik: Renaissance du Livre, 2003)
  15. Falisse, Philippe, Inspirations: The architectural marvel of Satish Gujral and memories of seven ambassadors (New Delhi: Bosco Society, 2004).
  16. Schweller, Randall L, the concept of middle power (https://www.academia.edu/7493871/The_Concept_of_Middle_Power), geraadpleegd op 19 december 2018.