Contemporanea
Jaargang XLI Jaar 2019 Nummer 3

Archieven

Archieven in KADOC

Kristien Suenens, KADOC

Archief Secretaris-Generaal Karel Verwilghen

Waardevolle archieven uit de Tweede Wereldoorlog duiken niet elke dag op. Een bijzonder archief uit deze periode is het archief van Karel Verwilghen dat zijn kleinkinderen aan KADOC bezorgden en nu geïnventariseerd en toegankelijk is.

Karel Verwilghen was van mei 1940 tot maart 1942 de secretaris-generaal, dus de hoogste ambtenaar, van het belangrijke Ministerie van Arbeid en Sociale Voorziening. Hij tekende met de bezetter onder andere de lijnen uit van de tewerkstellingspolitiek, een beleid dat zeer gevoelig lag bij de bevolking. De aanvankelijk vrijwillige tewerkstelling van werklozen in Duitsland zou op 6 maart 1942 onder druk van de bezetter uitmonden in een verplichte tewerkstelling. Verwilghen diende daarop prompt zijn ontslag in. Ook legde hij zijn tweede functie neer, namelijk die van ‘commissaris-generaal van ’s Lands Wederopbouw’. Na de bevrijding werd Verwilghen gearresteerd en beschuldigd van economische en politieke collaboratie. Het gerecht sprak hem vrij in maart 1948 omdat hij had gehandeld ‘in staat van noodwendigheid’.

Het archief bevat de dossiers van Verwilghen als secretaris-generaal, onder andere de stukken van de Nationale Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Toezicht, die al snel een instrument in handen van de Duitsers werd. Andere bundels betreffen de rol die Verwilghen speelde in de heropbouw van het land. Maar het zwaartepunt van het archief ligt bij de procesdossiers. Verwilghen en zijn advocaat stelden de naoorlogse verdedigingsbundels namelijk samen uit honderden documenten uit het oorlogsarchief, waarvan ze de oorspronkelijke orde dus grondig verstoorden. Bij de inventarisatie bleven die verdedigingsdossiers als dusdanig bewaard en werd geen uitzichtloze poging ondernomen om de originele staat te reconstrueren.

Het is niet waarschijnlijk dat dit archief tot een fundamenteel nieuwe kijk leidt op het beleid en de opstelling gedurende de bezetting van de hoogste ambtenaren in het algemeen en van Verwilghen in het bijzonder (de ‘politiek van het minste kwaad’). Wel zullen bestaande inzichten worden bevestigd, genuanceerd, mogelijk bijgestuurd. Onderzoek ervan zal ongetwijfeld bijdragen tot een verfijnd inzicht in het complexe fenomeen van ‘collaboratie’ door overheidspersoneel in bezettingstijd.

Archief Familiehulp

De organisatie Familiehulp verenigde vanaf 1949 de in de schoot van de Katholieke Arbeiders Vrouwengilde (KAV, nu Femma) verspreide initiatieven op het vlak van de thuiszorg. Niet toevallig kwam in datzelfde jaar ook een wettelijke regeling tot stand die toelagen van de overheid voorzag bij thuishulp. Familiehulp richtte zich zowel op bejaarden als op gezinnen waar de moeder tijdelijk, bijvoorbeeld wegens ziekte, bevalling of een kroostrijk gezin, moest worden bijgestaan.

Een affiche van Familiehulp uit het archief van de organisatie dat recent door KADOC werd geordend als waardevolle bron voor de geschiedenis van de thuiszorg vanaf het midden van de twintigste eeuw (collectie KADOC).

Familiehulp organiseerde zelf de opleiding van de familiale helpsters. De lat lag hoog. Helpsters in spe moesten handig en technisch bekwaam zijn. Ze moesten voldoen aan een hoge moreel-religieuze standaard. Na een toegangsproef werd een gedegen theoretische en praktische vorming voorzien. Familiehulp zou in de jaren die volgden haar diensten diversifiëren en uitgroeien tot de belangrijkste speler op haar marktsegment.

Het oude en sterk verstoorde archief van Familiehulp is reeds vele jaren in KADOC en werd recent geordend en beschreven. Het werpt een licht op de ontstaanscontext, het bestuur en de structuur van de organisatie. Ook de rol van de overheid en de samenwerking/contacten binnen en buiten de christelijke arbeidersweging komen ruim aan bod. Dat is ook het geval voor de opleiding, het profiel en het statuut van de familiale helpsters. Ten slotte leert het archief ons veel en in detail over de sociale noden van de doelgroepen van Familiehulp en hoe de organisatie daarop probeerde in te spelen. Kortom, het is om een waardevolle bron voor de geschiedenis van de sociale realiteit en zorg vanaf de jaren 1950.

- Kristien Suenens, KADOC

Webreferenties

  1. archief van Karel Verwilghen: http://abs.lias.be/Query/detail.aspx?id=1302641
  2. archief van Familiehulp: http://abs.lias.be/Query/detail.aspx?ID=60884