Contemporanea
Jaargang XLI Jaar 2019 Nummer 4

Recensies

De Volder, Jan, Cardinal Mercier in the First World War. Belgium, Germany and the Catholic Church (Leuven: Leuven University Press, 2018), p.262.

Kasper Swerts, kasper.swerts@advn.be

Het werk van Jan De Volder heeft als voornaamste doelstelling om aan een breed (Engelstalig) publiek de rol en het belang van kardinaal Désiré Mercier tijdens de Eerste Wereldoorlog te berde te brengen omdat, aldus De Volder, ‘in the stream of publications and public interest for the Great War, I was amazed by the fact that Mercier was once more forgotten’. Deze verwondering komt voort uit het feit dat Mercier doorheen de Eerste Wereldoorlog een vooraanstaande rol speelde door zijn starre houding tegenover de Duitse bezetter, in het bijzonder via zijn populaire pastorale letter Patriotisme et Endurance (1914) – de brief is ook in haar geheel in het Engels opgenomen in het boek. Het zou Mercier echter zowel tijdens als na de oorlog menig vriend maar ook vijand opleveren, wat mede kan verklaren waarom de aartsbisschop in de herinnering aan de oorlog tweede viool speelt.

De Volder vertrekt in zijn werk ook vanuit deze vaststelling en wil bovenal de complexe figuur van Mercier weer onder de aandacht brengen door hem in de gespannen politieke en diplomatieke context van de Eerste Wereldoorlog te situeren. Dat is niet verwonderlijk, aangezien De Volder zich doorheen de jaren heeft gespecialiseerd in de diplomatieke geschiedenis van het Vaticaan. Het gevolg is dat zijn werk over Mercier zich toespitst op de hogere échélons van de maatschappij tijdens de Eerste Wereldoorlog. In het bijzonder viseert De Volder enkele belangrijke actoren die doorheen de oorlog regelmatig in contact zouden komen met de kardinaal: de Belgische overheid, de Duitse bezetter, het Vaticaan, en het Belgisch episcopaat.

Het resultaat is dat het werk niet enkel de motieven en acties van Mercier probeert te ontleden, maar ze constant in dialoog plaatst met de motieven, politieke overtuigingen en diplomatieke overwegingen van de andere actoren in het verhaal. Het doet dit door enkele politieke hangijzers te belichten waarover Mercier een uitgesproken standpunt had ingenomen. De problematiek van de Vlaamse beweging – en in het bijzonder de activisten die collaboreerden met de Duitse bezetter – illustreert bijvoorbeeld hoe Mercier niet enkel van mening verschilde met de Duitse bezetter. De Volder toont immers hoe de overige Belgische bisschoppen, maar ook het Vaticaan niet op dezelfde lijn zaten als Mercier en zich veel gematigder opstelden tegenover de Vlaamse kwestie. Voor een ander probleem, namelijk de gedwongen deportatie van Belgische burgers naar Duitsland, zouden de allianties echter weer veranderen. Hier vormden Mercier, het Belgisch episcopaat en het Vaticaan een unaniem blok dat de acties van de Duitse bezetter ten opzichte van de Belgische bevolking bekritiseerde.

Deze verschillende motieven en houdingen onthullen bovenal hoe de oorlog ook in de katholieke wereld voor reflectie had gezorgd, en in het bijzonder tot divergerende antwoorden leidde over hoe de kerk zich moest opstellen tegenover de oorlog. De Volder brengt dit duidelijk naar voren aan de hand van de figuur van paus Benedictus XV, in meerdere opzichten Merciers antagonist. Via de tegenstelling tussen paus Benedictus XV en Mercier beargumenteert De Volder dat de Katholieke Kerk tijdens de oorlog moest navigeren tussen nationale bekommernissen enerzijds en transnationale religieuze belangen die het lot van een enkele natie overstegen en dus ook tot wrevel konden leiden anderzijds.

De tweespalt tussen Mercier en paus Benedictus XV illustreert hoe De Volder in zijn werk aandacht heeft voor de complexiteit van de Katholieke Kerk tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het toont hoe Merciers nationale bekommernissen onderdeel waren van een katholieke puzzel die niet stopte aan de grenzen van de Belgische natie. Door de verschillende actoren aan het woord te laten, slaagt De Volder er met succes in om een verhelderende inkijk te geven in de complexe dialogen en debatten die tijdens de Eerste Wereldoorlog achter de schermen werden gevoerd tussen zowel politieke, militaire, als religieuze figuren.

Het werk kan dan ook als een aanzet dienen om nog verder in de figuur van Mercier te graven. In het bijzonder zou het verrijkend kunnen zijn om te onderzoeken hoe Merciers omgang met de filosofie van het neo-Thomisme, de filosofische stroming die trachtte de moderne wetenschap te verzoenen met de filosofie van Thomas van Aquino, een mogelijke invloed zou hebben gehad op zijn patriotisme en zijn visie over de Belgische natie. Wat was het verband tussen Merciers neo-Thomisme en de visie over het vaderland die hij in zijn pastorale letter Patriotisme et Endurance verwoordde? Daarnaast kan de Belgische casus – en de figuur van Mercier – met andere katholieke landen vergeleken worden. Wat was bijvoorbeeld de relatie tussen het Belgisch en Iers episcopaat? Belgische en Ierse katholieken hadden immers voor de oorlog via Mercier en het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit Leuven nauw samengewerkt en er waren verschillende vriendschappelijke contacten tussen de twee regio’s tot stand gekomen. Hadden Merciers houding en zijn acties tijdens de oorlog ook een invloed op de Ierse katholieken?

De verschillende vragen over het leven en werk van Mercier tonen echter bovenal dat De Volder in zijn opzet is geslaagd: het boek heeft een eerste aanzet gegeven om de complexe figuur van Mercier verder te onderzoeken.

- Kasper Swerts