Contemporanea
Jaargang XLII Jaar 2020 Nummer 2

Recensies

Duriez, Bruno, Rota, Olivier & Vialle, Catherine. Femmes catholiques, femmes engagées. France, Belgique, Angleterre, XXe siècle (Villeneuve d’Ascq: Presses universitaires du Septentrion, 2019), 205 p.

Kristien Suenens, KADOC – KU Leuven

Onderzoek naar de historische relatie tussen vrouwen en religie in de negentiende en twintigste eeuw bleef tot de laatste decennia van de twintigste eeuw een blinde vlek in de historiografie. In de traditionele kerkgeschiedenis, die een sterke focus legt op structuren, instituten en prominente (mannelijke) figuren, kwamen vrouwen vaak slechts in de marge aan bod. De eerste generatie onderzoekers in vrouwen- en genderstudies of feministische historici toonden dan weer weinig interesse voor religie omdat ze laatstgenoemd aspect beschouwden als een exclusief onderdrukkende factor in het leven van vrouwen.

Vanaf de jaren 1980, onder meer aangedreven door onderzoek in het kader van de zogenaamde feminiseringsthese, groeide de aandacht voor de rol van vrouwen in kerk en religie, alsook voor het belang van godsdienst in het leven van vrouwen. Voor de katholieke wereld werden de religieuze ‘prototypen’ van de negentiende eeuw – kloosterzusters in onderwijs en zorg en de tot liefdadigheid bewogen ‘dames d’oeuvres’ – als eersten voorwerp voor onderzoek. Rond de eeuwwisseling groeide ook de aandacht voor twintigste-eeuws engagement van katholieke (leken)vrouwen in sociale en vrouwenbewegingen, de Katholieke Actie en uiteindelijk ook het feminisme. De recente publicatie Femmes catholiques, femmes engagées past binnen dit historiografisch kader. In de inleiding schetst Bruno Duriez onmiddellijk het meest kenmerkende en bepalende spanningsveld van de negentiende- en twintigste-eeuwse relatie tussen vrouwen en katholicisme. Enerzijds creëerden vroomheid en sociaal engagement binnen het kader van de katholieke kerk mogelijkheden voor vrouwelijke actie en ontplooiing, anderzijds kon dit enkel gerealiseerd worden binnen de machts- en genderstructuren van een door mannen gedomineerd instituut.

Femmes catholiques, femmes engagées toetst dit spanningsveld binnen de geschiedenis van twintigste-eeuwse katholieke vrouwen met een maatschappelijk engagement, vanuit een beloftevol internationaal (Frankrijk, België, Engeland) perspectief. De publicatie telt twaalf bijdragen, verdeeld over vier onderdelen. Een eerste onderdeel focust op de impact van maatschappelijke en kerkelijke stereotiepe denkpatronen op het leven van geëngageerde katholieke vrouwen. Tine Van Osselaer analyseert – op basis van haar eigen publicatie The Pious Sex (Leuven University Press, 2013) – de nuances van de katholieke vrouwbeelden en hun wisselwerking met maatschappelijk en vroom engagement vanuit een voornamelijk Belgische context. Chantal Paisant brengt een originele reconstructie van de turbulente geschiedenis van Franse vrouwelijke religieuzen in het begin van de twintigste eeuw aan de hand van zeldzame getuigenissen van de zusters zelf. De verhalen illustreren de impact van antiklerikale maatregels, secularisering en ballingschap enerzijds en oorlogsgeweld anderzijds op hun leven en maatschappelijke inzet. Raymond Dewerdt focust op het levensverhaal van Marie-Louise Lanterme (1900-1974), stichteres van de Petites Soeurs des Maternités Catholiques (1932). De problematische stichtingsgeschiedenis van haar initiatieven en congregatie is een treffende illustratie van het katholieke verzet tegen het dalend geboortecijfer en het neomalthusianisme van de tussenoorlogse periode enerzijds en de moeizame omgang van kerkelijke autoriteiten met vrouwen en lichamelijkheid anderzijds.

Een tweede onderdeel belicht de ‘combattieve’ rol van katholieke vrouwen in de opkomende vrouwenbeweging en vrouwenorganisaties in Engeland en Frankrijk en in de sociale emancipatiebeweging in Frankrijk. In de bijdragen van Olivier Rota en Andreea Rota wordt de opkomst beschreven van twee Engelse katholieke vrouwenverenigingen in het begin van de twintigste eeuw, respectievelijk de Catholic Women’s League, met een ‘brave’ focus op onderwijs en liefdadigheid en de iets militantere Catholic Women’s Suffrage Society, die ook ijverde voor politieke rechten voor vrouwen. Magali Della Sudda brengt een overzicht van het Franse landschap van katholieke vrouwenorganisaties en hun moeilijke relatie tot het feminisme, gekoppeld aan de ontplooiing van de Katholieke Actie vanaf het interbellum. Geneviève Dermenjian en Dominique Loiseau verleggen de focus naar vrouwelijk katholiek en sociaal engagement gericht op de emancipatie van de Franse volksklassen na de Tweede Wereldoorlog.

In het derde deel wordt de historische focus verbreed naar een theologisch en kerkjuridisch perspectief. Catherine Vialle brengt eerst een summier overzicht van de onzichtbaarheid van vrouwen in het theologisch debat en de Bijbelexegese en belicht vervolgens de vrouwelijke en feministische visies op enkele exegetische debatten: het scheppingsverhaal, de teksten van Paulus, de feminiene of masculiene invulling van het begrip God en vrouwelijke figuren in het evangelie. Alphonse Borras analyseert de evolutie van de aanwezigheid van vrouwen binnen kerkelijke structuren en de blijvende uitsluiting van vrouwen uit het priesterambt. In die context wijst hij ook op het spanningsveld tussen een toenemende ‘gelijkheid’ tussen mannen en vrouwen enerzijds en persistente genderstereotypen en traditionele rolmodellen anderzijds. Beide bijdragen hebben een meer theoretische insteek dan de andere artikels. De verhalen en de impact van concrete vrouwen, prominent aanwezig in de vorige bijdragen, verdwijnen in het derde deel grotendeels uit beeld.

In het vierde onderdeel wordt de blik echter weer helemaal gericht op de vrouwen zelf, met drie door de redacteurs verzamelde getuigenissen van twintigste-eeuwse geëngageerde katholieke vrouwen uit (Noord-)Frankrijk. Hun verhalen zijn een mooi voorbeeld van een ‘history from below’ aanpak, als is het jammer dat ze niet in een breder contextueel kader werden geplaatst of intenser geconfronteerd werden met de voorafgaande bijdragen in de publicatie. Deze contextuele toetsing had bijvoorbeeld een plaats kunnen vinden in een algemeen besluit, dat nu zeer kort is gehouden.

Femmes catholiques, femmes engagées is zonder twijfel een waardevolle aanvulling voor de geschiedschrijving rond sociaal betrokken katholieke vrouwen in de twintigste eeuw. De publicatie biedt een gediversifieerde kijk op Franse en Engelse leken- en religieuze vrouwen, vanuit een perspectief dat zowel historisch, theologisch als biografisch is. Wel is het jammer dat de belofte van een internationaal, comparatief perspectief slechts gedeeltelijk is vervuld. Belgische verhalen zijn grotendeels afwezig en Franse verhalen zijn dominant. In het tweede deel, waar een kans bestond om Engelse en Franse bijdragen met elkaar te confronteren, verhinderde het verschil in tijdskader dit grotendeels. Zoals in het nawoord van Dumons terecht werd aangegeven, is deze vaststelling zeker een uitnodiging voor verder onderzoek over de grenzen heen.

- Kristien Suenens