{"id":1008,"date":"2024-10-01T20:13:44","date_gmt":"2024-10-01T18:13:44","guid":{"rendered":"https:\/\/www.contemporanea.be\/?post_type=article&#038;p=1008"},"modified":"2024-10-02T11:12:04","modified_gmt":"2024-10-02T09:12:04","slug":"elly-cockx-indestege-en-pierre-delsaerdt-le-gout-de-la-bibliophilie-nationale-la-collection-de-livres-rares-et-precieux-des-ducs-darenberg-a-bruxelles-xixe-xxe-siecles-2-tome","status":"publish","type":"article","link":"https:\/\/www.contemporanea.be\/nl\/article\/elly-cockx-indestege-en-pierre-delsaerdt-le-gout-de-la-bibliophilie-nationale-la-collection-de-livres-rares-et-precieux-des-ducs-darenberg-a-bruxelles-xixe-xxe-siecles-2-tome\/","title":{"rendered":"Elly Cockx-Indestege en Pierre Delsaerdt,\u00a0Le go\u00fbt de la bibliophilie nationale. La collection de livres rares et pr\u00e9cieux des ducs d\u2019Arenberg \u00e0 Bruxelles, XIXe\u2013XXe si\u00e8cles, 2 tomes, Turnhout\u00a0: Brepols Publishers, 2022, 320 +\u00a0880p."},"content":{"rendered":"\n<section  class=\"contemporanea-section full-width-image \">\n    <div class=\"contemporanea-container \">\n\n                    <div id=\"text-and-image-1\" class=\"image-container auto-height\">\n                <img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"400\" height=\"528\" src=\"https:\/\/www.contemporanea.be\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/bibliphilie.jpg\" class=\"full-height\" alt=\"\" srcset=\"https:\/\/www.contemporanea.be\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/bibliphilie.jpg 400w, https:\/\/www.contemporanea.be\/wp-content\/uploads\/2024\/10\/bibliphilie-227x300.jpg 227w\" sizes=\"auto, (max-width: 400px) 100vw, 400px\" \/>            <\/div>\n                        <\/div>\n<\/section>\n\n\n<section  class=\"contemporanea-section full-width-text\">\n    <div class=\"contemporanea-container\">\n        \n                    <div class=\"block-text lh-2\"><p style=\"text-align: justify;\">Doorheen de geschiedenis cre\u00eberden mensen verschillende soorten bibliotheken, vaak vanuit een bepaalde motivatie en met een specifiek doel voor ogen. Een voorbeeld zijn de priv\u00e9bibliotheken waarvan, mede door de opkomst van de bibliofilie in de vroegmoderne periode, het aantal steeds in stijgende lijn ging. Kenmerkend aan de bibliofilie is dat de koop van een boek niet zozeer door een interesse in de inhoud gestuurd wordt, maar eerder door de uiterlijke kenmerken of de zeldzaamheid van dat boek. In het bijzonder de interesse in zeldzaamheid leidde tot het ontstaan van collecties die oude drukken of boeken gedrukt tussen 1450 en 1850 bevatten. In <em>Le go\u00fbt de la bibliophilie nationale<\/em> komt met de bijzondere collectie uit de bibliotheek van de hertogen van Arenberg een dergelijke collectie aan bod.<br \/>\nHoewel deze collectie haar wortels heeft in de vroegmoderne periode focussen Elly Cockx-Indestege en Pierre Delsaerdt op de negentiende en twintigste eeuw. Het boek bevat twee volumes en bestudeert zowel de uitbreiding van de bijzondere collectie door de hertog Engelbert-Auguste d\u2019Arenberg (1824\u20131875), als de uiteindelijke ontbinding door zijn zoon Engelbert-Marie d\u2019Arenberg (1872\u20131949). Het eerste volume bestaat uit zeven hoofdstukken waarvan de eerste vier descriptief zijn. Hoofdstuk \u00e9\u00e9n is een goede en heldere inleiding in de bibliofilie in het achttiende- en negentiende-eeuwse Belgi\u00eb. Zo komt naar voren dat de bibliofilie hier pas echt startte in de tweede helft van de achttiende eeuw. Vervolgens wijzen de auteurs op het belang van de periode tussen 1770 en 1830, gekenmerkt door de ontbinding van de kloosterordes en de politieke veranderingen, op de ontwikkelingen van de Belgische bibliofilie. Ten slotte schetsen zij het profiel van de Belgische bibliofielen en de reden waarom die boeken verzamelden. Dit waren vaak academici, archivarissen of bibliothecarissen met een interesse in de geschiedenis van de Lage Landen en zij verkozen vooral oude drukken uit de vijftiende en zestiende eeuw. Hoofdstuk twee tot en met vier zijn dan weer de verplichte beknopte overzichten die context leveren over bijvoorbeeld het huis van Arenberg en het ontstaan van hun bibliotheek.<br \/>\nIn de hoofdstukken vijf tot en met zeven analyseren Cockx-Indestege en Delsaerdt de uitbreiding en ontbinding van de bijzondere collectie. Zij benadrukken ook terecht dat oude drukken een reis doorheen de tijd en ruimte ondergingen en steeds door de handen van verschillende bibliofielen en boekverkopers passeerden. Omdat negentiende- en twintigste-eeuwse bibliofielen gedeelde interesses hadden en met elkaar in contact stonden via <em>soci\u00e9t\u00e9es<\/em> en wetenschappelijke tijdschriften, was de wereld van de bibliofilie zowel nationaal als internationaal. De levensloop van de Arenbergse bijzondere collectie levert daarvoor een bewijs. Zo staat in hoofdstuk zes een unieke en bijna volledig overgebleven briefwisseling tussen Charles De Brou, de bibliothecaris van hertog Engelbert-Auguste, en de Gentse professor en bibliofiel Constant Philippe Serrure centraal. Het uiteindelijke gevolg daarvan is de koop van een groot aantal oude drukken door de hertog van Arenberg. Het achtste en laatste hoofdstuk toont dan weer hoe in het midden van de twintigste eeuw de bijzondere collectie verspreid geraakte doorheen Europa en de Verenigde Staten. Hoofdstuk zeven is een opmerkelijk hoofdstuk omdat de auteurs dat benoemen als een analyse van de collectie. Er is echter geen sprake van een echte analyse met een verdeling in onderwerpen of andere statistische gegevens, maar dat is niet problematisch omdat ook dit hoofdstuk focust op de studie van de bibliofilie. Zo worden de vorige eigenaars van de Arenbergse oude drukken ge\u00efdentificeerd en daaruit blijkt dat boekveilingen en boekverkopers een belangrijke rol hadden in de totstandkoming en ontbinding van de Arenbergse bijzondere collectie.<br \/>\nHet eerste volume eindigt met een transcriptie van de 201 brieven die Charles De Brou en Constant Philippe Serrure naar elkaar stuurden tussen 1862 en 1871. In het tweede volume wordt de bijzondere collectie gereconstrueerd via een negentiende-eeuwse handgeschreven catalogus. Deze bron blijkt noodzakelijk omdat de bewaarplaats van een groot deel van de oude drukken die tot de bijzondere collectie behoorden niet gekend is. De lijst bevat 1418 oude drukken, gedrukt tussen 1467 en 1846, en 25 ongedateerde titels. Elk boek heeft een dubbele bibliografische referentie: een transcriptie uit de negentiende-eeuwse cataloog met vervolgens een moderne referentie. Voorts volgt de typische bibliografische informatie zoals bijvoorbeeld specifieke fysieke kenmerken van een exemplaar. De keuze om de structuur van de negentiende-eeuwse cataloog te volgen heeft ook nadelen, omdat er daardoor geen chronologische of thematische ordening is. Dat probleem is echter niet onoverkomelijk omdat het tweede volume eindigt met meerdere indexen die zorgen voor een effici\u00ebnte <em>information retrieval<\/em>.<br \/>\nElly Cockx-Indestege en Pierre Delsaerdt zijn specialisten in de geschiedenis van de bibliofilie en die expertise komt naar voren in hun uitstekend boek, dat duidelijk het eindproduct is van een jarenlange en doorgedreven studie. De titel is ook uitermate passend want uit deze studie blijkt dat de smaak van de hertogen van Arenberg gelijkliep met andere negentiende- en twintigste-eeuwse Belgische bibliofielen. Onder hen bestond een gedeelde interesse in oude drukken uit de vijftiende en zestiende eeuw die een link hadden met de geschiedenis van de Lage Landen. Bovendien is de keuze om te werken met een gevarieerd bronnencorpus bewonderingswaardig en mede daardoor slagen de auteurs in hun doel om bij te dragen aan de geschiedschrijving van de Belgische Bibliofilie. De mooie balans tussen context en analyse enerzijds, en de heldere structuur anderzijds, zorgt ervoor dat dit boek een aanrader is voor nieuwkomers in de wereld van de bibliofilie, boekhistorici, en ge\u00efnteresseerden in de geschiedenis van de Arenberg\u00a0familie.<\/p>\n<\/div>\n            <\/div>\n<\/section>","protected":false},"author":12,"featured_media":1010,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"class_list":["post-1008","article","type-article","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.contemporanea.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/article\/1008","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.contemporanea.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/article"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.contemporanea.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/article"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.contemporanea.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/12"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/www.contemporanea.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/article\/1008\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1128,"href":"https:\/\/www.contemporanea.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/article\/1008\/revisions\/1128"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.contemporanea.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media\/1010"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.contemporanea.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1008"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}