×

Foutmelding

  • Warning: Illegal string offset 'header' in bvng_publicatie_header_view() (regel 797 van /home/spinternet.be/users/contemporanea/public_html/sites/all/modules/custom/akapivo/bvng/bvng.module).
  • Notice: Array to string conversion in bvng_publicatie_header_view() (regel 797 van /home/spinternet.be/users/contemporanea/public_html/sites/all/modules/custom/akapivo/bvng/bvng.module).
  • Warning: Illegal string offset 'header' in bvng_publicatie_header_view() (regel 807 van /home/spinternet.be/users/contemporanea/public_html/sites/all/modules/custom/akapivo/bvng/bvng.module).
  • Notice: Array to string conversion in bvng_publicatie_header_view() (regel 807 van /home/spinternet.be/users/contemporanea/public_html/sites/all/modules/custom/akapivo/bvng/bvng.module).

Yannis Skalli-Housseini & Luc Van Langenhove, De erfenis van 1947, Brussel, ASP, 2022, 488 p.

Michael Auwers, Cegesoma

De Koude Oorlog is terug van nooit helemaal weggeweest. Dat is althans een van de indrukken die deze ‘biografie van 1947’, gepubliceerd driekwart eeuw na het begin van dat conflict in precies dat jaar, op de lezer nalaat. Tussen de leeftijden van de auteurs, de sociale wetenschapper Luk Van Langenhove en de historicus Yannis Skalli-Housseini, zit een tijdsverschil bijna zo groot als de initiële Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie duurde. De auteurs zetten dit boek dan ook met reden in de markt als een intergenerationeel en interdisciplinair werk.
Ze beargumenteren dat het verhaal van 1947 hun ruim opgevatte lezerspubliek kan helpen om de complexe wereld van vandaag beter te begrijpen. Zonder evenwel het genre van de kroniek zelf historiografisch te kaderen, betreuren ze dat de studie van dat jaar wat is verwaarloosd in vergelijking met pakweg 1789 of 1917. Tegelijk erkennen ze dat er toch heel wat monografieën aan de gebeurtenissen van 1947 zijn gewijd. Die zouden echter focussen op een land of op een bepaalde nationale problematiek. Dat klopt niet helemaal. In het recente boek van de Zweedse Elisabeth Asbrink, in Nederlandse vertaling 1947. Hier begint het heden (Amsterdam, 2017), staat niet zoveel meer over haar thuisland dan in dit boek over België en ‘hoe er in Zweden met de collaboratie werd omgegaan na de oorlog’ (p. 456) vormt slechts één van een hele resem verhaallijnen. De auteurs overtuigen daarentegen wel met hun stelling dat dit boek een meer ‘systematische terugblik vanuit hedendaags perspectief’ (p. 12) biedt.
Na een aantal uitvoerige inleidende hoofdstukken waarin ze eerst het belang van het bestudeerde jaar onderstrepen via illustraties van de ‘tijdsgeest’/‘zeitgeist’ en nadien vanuit de inzichten van Braudel de longue durée ontwikkelingen laten overgaan in de ‘onmiddellijke antecedenten van 1947’ (p. 39), krijgt de lezer in het tweede deel een jaaroverzicht van een driehonderdtal bladzijden voorgeschoteld. Terwijl het eerste deel vertrok vanuit de langetermijnperspectieven van de ontwikkeling van soevereine staten onder impuls van het nationalisme en van de kapitalistische economie onder invloed van de technologische vooruitgang, structureren de auteurs hun kroniek volgens vier duidelijke verhaallijnen. De eerste is die van de strijd om de wereldheerschappij, waarbij de Britten het duidelijk moesten afleggen tegen de Amerikanen. Dat had minstens deels te maken met de gebeurtenissen uit de vierde verhaallijn, die van de dekolonisatie, want het Verenigd Koninkrijk speelde in deze periode met de onafhankelijkheid van India en Pakistan ook het ‘kroonjuweel’ van zijn empire kwijt. De tweede en derde verhaallijnen gaan respectievelijk over de strijd om invloedssferen tussen de kapitalistische Verenigde Staten en de communistische Sovjet-Unie, en over het globale multilateralisme en de Europese integratie als de structuren en mechanismen die de toenmalige wereldordening vormgaven. In het laatste deel bepleitten Skalli-Housseini en Van Langenhove een blik op de periode sinds 1947 en op de toekomst “met dezelfde bril als die waarmee we 1947 hebben verkend” (p. 421-422). Centraal daarbij staat de eerder sociologische visie op de wereldordening als een spel. In deze boeiende denkoefening fungeren de soevereine natiestaten als spelers (met de VS als “sterspeler”) die actief zijn op drie speelvelden (het bipolaire, het multilaterale en –verwarrend want ook multilateraal – het veld van de regionale integratie) en twee spellen spelen, enerzijds dat van de Koude Oorlog en anderzijds dat van de dekolonisatie (die uiteraard nauw met elkaar verweven zijn). De auteurs wijzen vervolgens op de relatieve stabiliteit van de Koude Oorlogsperiode, die overging in een tijdelijke unipolaire wereldordening om uit te monden in het “multiplexe” (p. 422) statensysteem dat we vandaag kennen. De toekomst bekijken ze duidelijk vanuit een bipolaire bril, met een cruciale invloed van de spanningen tussen de VS en China die in een “Nieuwe Koude Oorlog” (pp. 433, 438) verzeild lijken en waardoor mondiale problemen zoals de klimaatverandering en het voortdurende bestaan van atoomwapens moeilijker aan te pakken zijn.
Skalli-Housseini en Van Langenhove schrijven hun verhaal van 1947 duidelijk vanuit een geopolitiek perspectief. Ze zijn zich ervan bewust dat dit uitgangspunt bijna onvermijdelijk leidt tot een traditionele diplomatieke ‘geschiedenis van Grote Mannen’ (p. 79), waarin ze niet willen vervallen. Hierin slagen ze slechts deels. Enerzijds worden Stalin, Truman, Churchill en de voor België schijnbaar onvermijdelijke Paul-Henri Spaak opgevoerd als makers van de naoorlogse wereldordening, en wordt het old school procedé van het toekennen van emoties aan staten ook in dit boek gehuldigd (pp. 106, 150). Anderzijds besteedden de auteurs ruime aandacht aan hoe facties binnen een bepaalde staat op het beleid wegen en doorweven ze hun verslag met anekdotes en verhalen die het perspectief van ruimere lagen van de wereldbevolking belichten. Daarin verschilt dit boek enigszins van Dominique Desanti’s biografie van 1947 (Parijs, 1976) maar komt het overeen met het werk van Asbrink, die trouwens net als Skalli-Housseini en Van Langenhove de Palestijnse kwestie als een belangrijk nevenverhaal vanuit een meer sociaalhistorische invalshoek behandelt. Die keuze vergroot uiteraard de actualiteitswaarde van deze studie.
De auteurs proberen die relevantie trouwens ook stilistisch te vergroten, door de historische tegenwoordige tijd te gebruiken en de lezer voortdurend mee te trekken in het gebeurde van een bepaalde dag: het woord ‘vandaag’ komt meer dan tweehonderd keer voor en verder sporen een honderdveertigtal uitroeptekens hem aan om bepaalde gebeurtenissen als opmerkelijk te beschouwen. Hun gelukkigste stilistische keuze is wellicht die om het verhaal van 1947 te vertellen op het ritme van de seizoenen, met de weersomstandigheden als bindmotief. Skalli-Housseini en Van Langenhove verbinden de koude winter en de warme (na)zomer van dat jaar mooi met de geopolitieke gebeurtenissen. Op die manier zetten ze ook laatste argument van hun boek, dat de klimaatverandering wellicht dé uitdaging van de huidige en toekomstige wereldordening wordt, overtuigend kracht bij.

- Michael Auwers, Cegesoma