Contemporanea
Tome XLII Année 2020 Numéro 3

Review

Vlaanderens wereld: een caleidoscoop van geschiedenisjes tussen Frankrijk, Nederland en België

Geert Castryck, Universität Leipzig, geert.castryck@uni-leipzig.de

Reviewartikel naar aanleiding van het verschijnen van Beyen, Marnix, Boone, Marc, De Wever, Bruno, Huet, Leen, Meijns, Brigitte, Polis, Harold, Reynebeau, Marc, Vanhaute, Eric, Vanthemsche, Guy, Van Nieuwenhuyse, Karel & Verhoeven, Karel, m.m.v. Proosten, Femke (red.), Wereldgeschiedenis van Vlaanderen (Kalmthout: Polis, 2018), 566 p. en van Idem (dir.), Histoire mondiale de la Flandre (Waterloo: Renaissance du Livre; Rekkem: Ons Erfdeel vzw, 2020), 576 p.

Ongeveer twee jaar geleden verscheen het boek Wereldgeschiedenis van Vlaanderen bij uitgeverij Polis. Ondanks overvloedige media-aandacht werd het boek toen niet in Contemporanea besproken en dat kan ik ergens wel begrijpen. Bovenop het feit dat het gros van de potentiële recensenten zelf aan het boek had meegewerkt (72 auteurs voor 81 artikels), behandelt ongeveer de helft van het boek de periode vóór 1800 en bevat het geen nieuwe wetenschappelijke inzichten of originele onderzoeksresultaten. Voor alle duidelijkheid, dat ambieert het boek ook niet. Het verklaart wel waarom het boek op het eerste zicht niet tot de core business behoort van de BVNG, die als doel heeft het wetenschappelijk onderzoek in de Nieuwste Geschiedenis te bevorderen.

De uitgave van de Franse vertaling Histoire mondiale de la Flandre door Renaissance du Livre en Ons Erfdeel eerder dit jaar biedt een nieuw gelegenheid om aandacht te besteden aan dit ambitieuze werk, en deze keer kiest Contemporanea er wel voor om het boek te laten recenseren. Ook dat kan ik goed begrijpen. Uiteindelijk gaan de bijdragen wel degelijk op origineel historisch onderzoek terug, en is het boek qua opzet een vorm van eigentijdse geschiedenis die actief ingaat tegen een waargenomen hedendaagse instrumentalisering van geschiedenis.

Wereldgeschiedenis van Vlaanderen – Histoire mondiale de la Flandre

Het boek richt zich tot een breed publiek. In hapklare essays van telkens een zestal bladzijden bieden Vlaamse historici inzichten uit recent wetenschappelijk onderzoek die in populaire voorstellingen van de geschiedenis onderbelicht zijn gebleven. Het boek wil op die manier identitaire master narratives, die de geschiedenis als een uitgestippelde weg naar het nationale heden voorstellen, van antwoord dienen. In een uitgebreide voorstelling van de Franse vertaling bij Un jour dans l’histoire op La Première verwees Marc Boone, als lid van het redactieteam, uitdrukkelijk naar de “obsession identitaire” waartegen het boekproject zich wil afzetten.1 Enerzijds reikt het daartoe bouwstenen aan die niet in de gangbare historische narratieven passen. Anderzijds biedt het redactieteam de lezer geen gesloten verhaal, maar maakt net de contingentie – de grilligheid en toevalligheid – van de loop der geschiedenis “in rijke schakeringen” (p. 13) tastbaar.2 Geschiedenis heeft geen doel; historici hebben wel een bedoeling. Positief geformuleerd is de bedoeling van Wereldgeschiedenis van Vlaanderen om inzichten uit het veld van professionele historici naar een breed publiek te vertalen; negatief geformuleerd is de bedoeling om tegen teleologische en essentialistisch-identitaire narratieven, die het heden vanuit een mythisch verleden willen determineren, in te gaan. Beide doelstellingen zijn op het heden gericht, wat de redacteurs ertoe brengt het boek in zijn geheel als “eigentijds” (pp. 13–14) te omschrijven.

Het opzet leidt tot een ambivalente houding tegenover het ‘roemrijke verleden’ dat in de national(istisch)e narratieven centraal staat. De auteurs putten nadrukkelijk uit die “hoogtepunten”, waarmee ze dat “roemrijke verleden” indirect (her)bevestigen, maar plaatsen die ankerpunten niet binnen een verhaallijn ter meerdere eer en glorie van de huidige – al dan niet – natie. Of de geïnteresseerde lezer het ook zo zal begrijpen, dan wel de rijke schakering aan verhalen zelf zal inpassen in een narratief dat hij of zij zich al op voorhand heeft eigen gemaakt, is koffiedik kijken.

À propos, koffie. Dit product komt uit de Hoorn van Afrika en is via Arabieren en Turken tot bij ons gekomen. Koffie was ook één van de pijlers van de koloniale settlereconomie in Belgisch Congo. Beide thema’s komen in het boek niet aan bod, maar het had perfect gekund. Het wereldgeschiedenisgehalte van het boek bestaat immers uit dit soort referenties. Zoals Maarten Van Ginderachter al aangaf in zijn recensie voor het Tijdschrift voor Geschiedenis beperkt de wereldhistorische claim zich (te) vaak tot een obligaat zinnetje, dat het grotere belang van een microcasus veeleer poneert dan fundeert.3 De focus ligt vooral op verrassende anekdotes op het grondgebied van het huidige Vlaanderen of op avonturen van mensen die toevallig in Vlaanderen geboren zijn of naar Vlaanderen gekomen zijn.

Elke bijdrage is opgehangen aan een datum, en vaak ook aan een individu, document of gebeurtenis, maar slaagt er steevast in het anekdotische te overstijgen in de analyse, door het individuele aan het structurele te koppelen. Zo krijg je een gevoel voor mentaliteitswijzigingen of parallellen (beslist niet te verwarren met continuïteiten) met ver vervlogen tijden. De lezer krijgt zo een caleidoscoop aan prikkelende verhalen aangeboden, die inzicht bieden in aspecten van de Vlaamse geschiedenis, zoals de invloed van landschap (700, 1400), drank en voeding (1100, 1438, 1854, 1892), seksualiteit (1523, 1937, 1960), muziek (1436, 1888), genderverhoudingen (1212, 1589, 1880), energievoorziening (1700, 1893, 1931), malaria in Vlaanderen (1754), immigratie en emigratie (onder andere ‘Egyptenaren’ of gypsies in 1420, 1845, 1974, 1998), wereldreizigers (1254, 1591, 1619), industrialisatie (1801, 1912, 2010), kolonisatie (1897, 1912, 1952, 1960), et passons. Het gaat telkens om verhalen die met andere gebieden of werelddelen of met meer structurele mondiale fenomenen in verbinding kunnen gebracht worden, hoewel die connecties vaak impliciet blijven. Het personenregister, een thematische wegwijzer, kruisverwijzingen op het einde van ieder tekstje, en korte samenvattingen aan het begin van iedere bijdrage helpen de lezer om naar believen door het boek te browsen.

Wereldgeschiedenis tussen Frankrijk en Nederland

Ondanks de titel blijft de wereldhistorische kwaliteit van het boek op de achtergrond. Ze beperkt zich in essentie tot het feit dat de geschiedenis van Vlaanderen niet binnen de grenzen van Vlaanderen kan begrepen worden. Dat zowel Vlaanderen als haar grenzen in de loop der eeuwen allesbehalve vast lagen, maakt die grensoverschrijdende kwaliteit vanzelfsprekend banaal, maar misschien niet irrelevant – al was het maar omdat bepaalde ahistorische, maar zich wel op geschiedenis beroepende, identitaire tropen die verstrengeling, vergankelijkheid en verscheidenheid negeren. Maar volstaat de anekdotische grensoverschrijdende connectie, meestal niet verder reikend dan een direct buurland, om het predicaat ‘wereldgeschiedenis’ te claimen?

Op basis van de huidige stand van het onderzoek in wereldgeschiedenis, globale geschiedenis of geschiedenis van de globalisering, valt dit boekproject eerder dunnetjes uit. Er is geen poging om op voet van gelijkheid verschillende delen van de wereld tegen elkaar af te zetten; er is geen poging om fenomenen die in Vlaanderen waargenomen worden elders op te zoeken; er is geen poging om aan te tonen dat alles met alles samenhangt; er is – bewust! – geen verhaallijn, en dus ook niet één van toenemende globalisering of globale verstrengeling. Zoals al eerder aangehaald, gaan de meeste bijdragen niet verder dan het tonen van connecties met directe buurlanden of eventueel ecologische invloeden die zich op een andere schaal afspelen. Ik vind dat prima. De toegankelijke manier waarop recent historisch onderzoek, dat een terecht vaag gehouden Vlaanderen in haar directe ruimtelijke context situeert, bij een breed publiek wordt gebracht, is een huzarenstuk en maatschappelijk relevant. Maar wereldgeschiedenis?

Welja, wel als je de inspiratiebron van dit boek erbij neemt. Het redactieteam geeft uitdrukkelijk aan zich op het Franse Histoire mondiale de la France (Seuil, 2017) te inspireren (p. 15). Wereldgeschiedenis van... is sindsdien een format dat in de ons omringende West- en Zuid-Europese landen gereproduceerd werd. Bij Laterza in Rome verscheen Storia mondiale dell’ Italia in 2017 en Storia mondiale della Sicilia in 2018. In Barcelona verschenen in 2018 met slechts enkele weken verschil Historia mundial de España bij Destino en Història mundial de Catalunya bij Edicions 62. Deutschland: Globalgeschichte einer Nation is bij C.H. Beck aangekondigd voor herfst 2020. En in 2018 verscheen bijna gelijktijdig met Wereldgeschiedenis van Vlaanderen ook Wereldgeschiedenis van Nederland op initiatief van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (Ambo|Anthos, 2018).

Wereldgeschiedenis van Vlaanderen is tot nog toe vooral met Wereldgeschiedenis van Nederland vergeleken. Onder de kop “Het kleine Vlaanderen en het grote Nederland” identificeert Peter Vandermeersch “het treffende verschil tussen de twee wereldgeschiedenissen” als volgt: ‘De Vlaamse wereldgeschiedenis gaat hoofdzakelijk over de wijze waarop de wereld Vlaanderen heeft beïnvloed. De Nederlandse over de manier waarop Nederland de wereld heeft beïnvloed. Het zegt eigenlijk alles over hoe we onszelf zien: Vlaanderen als een kleine regio waarop de wereld een grote invloed heeft. Nederland als een klein land dat een grote invloed op de wereld heeft.4 De eerder vermelde recensie door Van Ginderachter vergelijkt ook beide Wereldgeschiedenissen van… en schat het verschil anders in. Hij wijst erop dat er in Wereldgeschiedenis van Nederland mooie staaltjes van transnationale geschiedschrijving te vinden zijn, terwijl Wereldgeschiedenis van Vlaanderen op dat vlak tekort schiet.5

Volgens mij laten beide recensenten zich misleiden door de titel. Het gaat in beide gevallen veel meer om een reactie op exclusieve identitaire debatten in het eigen land dan om de verhouding tot de wereld. Deze twee aspecten staan uiteraard niet los van elkaar, maar de hedendaagse binnenlandse polemiek bepaalt wel hoe er naar openheid en verbondenheid gekeken wordt. Van Ginderachter verbaast zich erover dat Wereldgeschiedenis van Vlaanderen niet Wereldgeschiedenis van België heet, maar gaat eraan voorbij dat binnen België het identitaire debat vooral met betrekking tot (voor of tegen, met of zonder, open of gesloten) Vlaanderen woedt. Het is dan ook begrijpelijk dat de politieke (tegen)boodschap van globale verbondenheid en openheid eveneens aan Vlaanderen gekoppeld wordt. Niet enkel hoe de verhouding tot de wereld, maar ook hoe die tot de natie wordt ingevuld, verschilt wezenlijk tussen beide Wereldgeschiedenissen. “Wereldgeschiedenis van Vlaanderen reproduceert nationale zelfbeelden – weze die nu Vlaams of Belgisch – in mindere mate dan de Nederlandse bundel.”6 En met deze observatie komt Van Ginderachter alsnog vrij dicht bij de inschatting van Vandermeersch: deze twee Wereldgeschiedenissen weerspiegelen niet enkel een wereldopenheid en een open end-geschiedenisopvatting, maar ook een verschillend zelfbeeld.

Histoire mondiale de … als politiek-historisch format

Om het inherente belang van de nationale context voor het format Wereldgeschiedenis van… te duiden, moeten we naar het Franse voorbeeld teruggrijpen. Het oorspronkelijke Franse boek verscheen in volle campagne voor de presidentsverkiezingen van 2017. De redacteur van Histoire mondiale de la France, Patrick Boucheron, wou een statement maken tegen politiek misbruik van geschiedenis ten dienste van een gesloten nationaal narratief. Frankrijk staat niet op zich en is niet het middelpunt van de wereld: dat is de centrale boodschap die door de titel Histoire mondiale de la France moet worden uitgedrukt. Begrepen vanuit die politiek-maatschappelijke context, is Wereldgeschiedenis van… dan ook meer een statement dan een consequente historiografische benadering, die elders als wereldgeschiedenis of global history school maakt. Het is een bewust schot voor de boeg aan het adres van diegenen die op basis van een gesloten historisch narratief een coherent en exclusief Frankrijk (of mutatis mutandis Vlaanderen) willen verabsoluteren.

Het is niet de eerste keer dat een initiatief tot het opbreken van een nationaal historisch narratief uit Frankrijk komt overgewaaid. Tussen 1984 en 1992 verscheen onder redactie van Pierre Nora het driedelige Les lieux de mémoire, dat als uitgangspunt had dat de homogene samenleving, die één collectief geheugen deelde, dat in de vorm van een nationale geschiedenis door de overheid werd gereproduceerd, voorgoed voorbij was – zo die al ooit zou hebben bestaan. Onder invloed van de meer diverse samenleving, of net door de bewustwording van die diversiteit, groeide het besef dat een dergelijk nationaal narratief niet meer verbindend, maar in sommige gevallen verdelend of uitsluitend werkte. Nora plaatste daar herinneringssites tegenover, die voor verschillende groepen uiteenlopende en ook veranderlijke betekenissen kunnen hebben, maar waarbij de herinneringssites waarop die betekenissen geprojecteerd worden, niettemin door die diverse groepen gedeeld kunnen worden. Verandering en verscheidenheid komen dan in de plaats van een geschiedenisopvatting op basis van absolute waarheid en eeuwigheid. Toch houdt Nora nog vast aan verbindende aanknopingspunten, waartoe idealiter iedereen zich kan verhouden, ook al kan de respectieve site verschillend of zelfs controvers herinnerd worden.7 Dit concept heeft, net als Histoire mondiale de …, in veel landen (waaronder België) navolging gekregen.8

Uitgerekend deze Pierre Nora heeft vernietigend gereageerd op Histoire mondiale de la France.9 Hij ergert zich vooral aan de verhakkelde benadering, die volgens hem niet enkel in de vertelling maar ook in de samenleving niet tot samenhang bijdraagt. Grensoverschrijdende connectiviteit staat tegenover binnenlandse verscheidenheid en verbondenheid, en volgens hem helpt bewustzijn van het eerste een oplossing voor het tweede niet vooruit. Hij erkent de verdienste om inzichten uit historisch onderzoek bij een breed publiek te brengen, maar bekritiseert het politieke project. Het is duidelijk dat Nora’s bedoeling om een Franse eenheid 2.0, een cohesie in verscheidenheid, te creëren aan de basis lag van zijn Les lieux de mémoires. Daarop is zeker kritiek mogelijk, al was het maar dat ook verschillend geduide en herinnerde sites nog steeds verdelen en nog steeds groepen uitsluiten. Maar omgekeerd dringt de vraag zich wel op wat Boucheron met zijn Histoire Mondiale de la France concreet wil bereiken, behalve – niet onbelangrijk – dat hij het alleenrecht om zich geschiedenis toe te eigenen niet aan politieke tegenstanders wil laten. En zo stelt zich eveneens de vraag waar Wereldgeschiedenissen van Spanje, Catalonië, Italië, Sicilië, Duitsland, Nederland en Vlaanderen, die zich allemaal door het Franse format laten inspireren, politiek-maatschappelijk voor staan.

Ieder redactieteam past de Franse inspiratie toe binnen de eigen historiografische context, die nog steeds in de eerste plaats een nationale context is. Het valt daarbij op dat, ondanks de boodschap van mondiale connectiviteit, de auteurs bijna allemaal uit de eigen nationale vijver gevist werden. In het geval van Wereldgeschiedenis van Vlaanderen is het Franse format uiteindelijk in de eerste plaats gebruikt om een caleidoscoop aan nationale (uitdrukkelijk geen nationalistische) geschiedenisjes te bundelen, met als niet te onderschatten verdienste dat de auteurs en redacteurs recente wetenschappelijke inzichten, een open opvatting van geschiedenis, en aandacht voor grensoverschrijdende verstrengelingen op een toegankelijke manier bij een breed publiek brengen. Alleen al daarvoor verdient dit initiatief lof.

- Geert Castryck

Webreferenties

  1. geert.castryck@uni-leipzig.de: mailto:geert.castryck@uni-leipzig.de

Références

  1. Un jour dans l’histoire, La Première, 28 mai 2020 (klik rechts om de link te openen)
  2. Paginaverwijzingen betreffen de Nederlandstalige versie.
  3. Van Ginderachter, Maarten, ‘Wereldgeschiedenis van Nederland en Vlaanderen: Over de (on)mogelijkheid van een open, globale en niet-nationalistische geschiedenis voor een breed publiek’, in: Tijdschrift voor geschiedenis, 133:1 (2020): 95.
  4. Vandermeersch, Peter, ‘Het kleine Vlaanderen en het grote Nederland’, in: De Standaard, 10 november 2018, p. 47.
  5. Van Ginderachter, op.cit.: 94, 102.
  6. Van Ginderachter, op. cit.: 100.
  7. Zie Nora, Pierre, ‘Entre Mémoire et Histoire: La problématique des lieux’, in: idem (dir.), Les Lieux de mémoire: La République – La Nation – Les France (Paris: Quarto Gallimard, 1997 [1984]), Vo. 1, pp. 23­25.
  8. Tollebeek, Jo, Deneckere, Gita, Kesteloot, Chantal, De Schaepdrijver, Sophie & Buelens, Geert (red.), België, Een Parcours Van Herinnering (Amsterdam: Bert Bakker, 2008), 460+512 p.
  9. Nora, Pierre, ‘Histoire mondiale de la France, Pierre Nora répond’, in: L’Obs, no 2734,‎ 30 mars 2017, p. 68–69.